Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Thema: De bevrijding – Deel 2

Frans Boom: ‘Rondom de bevrijding heerste echt geen feeststemming; het ging om overleven’

In het eerste deel van het verhaal van Frans Boom kwamen de ervaringen uit de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog aan bod. In dit tweede en laatste deel komt de periode vanaf de hongerwinter aan bod. Boom vertelt hierin over zijn verblijf in het Noorden van het land, de terugkeer naar Venlo en hoe de eerste maanden na de bevrijding in de stad verliepen. Een allesbehalve feestelijk relaas. “Er was armoede en dus ook veel ellende en honger. Maar je accepteerde het. Het ging om overleven.”

LVF_050320150001Op 17 januari 1945 krijgt de familie Boom te horen dat ze moesten evacueren. Het was de bedoeling om naar het Noorden te vertrekken. Inmiddels verlieten al veel andere evacués de stad via de Kaldenkerkerweg. Vader Boom had in zijn winkel nog een doos vol met oorwarmers staan en deelde deze uit aan de mensen die zijn zaak passeerden. Behalve de ouders met de vier kinderen ging tevens een broer van moeder Boom mee (Oom Piet). De familie reisde per fietsen naar het Noorden. Bepaalde momenten van de tocht weet Frans Boom zich nog goed te herinneren. Onder andere dat niet alle Duitsers het slecht met Nederlanders voor hadden. Dit is zijn verhaal over een historisch, maar tevens droevig jaar: 1945.

Barre tocht

De dag na het bevel om te evacueren, vertrok het gezin dan ook. Vader en moeder hadden zo veel mogelijk spullen voor onderweg ingepakt. “Direct nadat wij de grens gepasseerd hadden – ik geloof in Straelen of Geldern – zagen we van afstand een Duitse militair in uniform staan. De Duitser sprak mijn vader aan en vroeg: ‘Bis dich det Toën?’ Het bleek gelukkig voor ons een oude zakenrelatie van vader te zijn. Hij adviseerde dus ons een andere route te nemen. Op die hele route hebben we drie keer bij Duitse mensen geslapen. Wij kregen daar vaak zelfs goed te eten en te drinken.” Op een later moment gedurende deze barre tocht door de winter van 1945 kwam de familie een groep Duitse militairen tegen. Frans Boom geeft toe dat hij angst had dat zijn vader of oom zouden worden opgepakt. Het tegendeel bleek waar. “De leider van de groep riep een paar militairen bij zich en verzocht ze ons te helpen om verder de berg op te komen.” De tocht duurde lang en zorgde voor veel onzekere momenten. Niet alleen bleef de angst voor de Duitsers –ondanks de soms positieve ervaringen – groot, maar Koning Winter regeerde in die periode met strenge hand. Een combinatie van snijdende wind en flinke pakken sneeuw maakten de weg naar veiligere oorden bar en boos. “Regelmatig hebben we onder moeilijke omstandigheden ergens moeten overnachten. In Gendringen (Gelderland) belanden we in een soort gemeenschapshuis waar meerdere Venlonaren en Limburgers verbleven. De slaapzaal was overvol, maar we waren blij met ieder stukje veiligheid. Uiteindelijk hebben we daar met een aantal kinderen gewoon gekaart en andere spelletjes gedaan. Dat mag vreemd klinken, maar zoals eerder gezegd: als kind zag je het gevaar en de ernst van de situatie niet in.”

LVF_050320150003Familie Hakvoort

Later ging de tocht van de familie verder naar Zutphen en Doetinchem. “Onze schoenen waren door het vocht volledig verrot. Bij een boerderij belden we aan om voor eten en nieuwe schoenen te vragen. De boer en boerin hebben ons met een riek en een kwade hond van het erf verjaagd. Ja, dat was in ons eigen Nederland. Dat was eigenlijk onze eerste echte negatieve ervaring tijdens die barre tocht.” Ome Piet Thijssen besloot om op eigen gelegenheid naar Friesland te gaan. Daar heeft hij het einde van de oorlog afgewacht. De uiteindelijke verblijfplaats was bij de familie Hakvoort in Bathmen (in de buurt van Deventer). Het was geen prettig gezin, zo weet Boom zich te herinneren. “Ze keken ons met de nek aan. Zij waren Rooms-katholiek en hun buren niet, maar als we –ondanks betaling – niet voldoende te eten kregen van de familie Hakvoort, gingen we naar de buren toe. Daar kregen we dan meer om onze buikjes te vullen en dat vonden de heer en mevrouw Hakvoort weer niet leuk. Pas later hoorden wij dat ze eigenlijk stinkend rijk waren.”

Bevrijding

De familie Boom was dus niet in Venlo toen de stad op 1 maart 1945 bevrijd werd. “Het gebied waar wij verbleven was sowieso later aan de beurt. Ik geloof ergens in april (10 april 1945, RB), een maand later dus. Wij zagen hoe Canadezen Bathmen bevrijden. In eerste instantie dachten wij, dat het Engelsen waren. Daar kwam bij dat niemand van ons de Engelse taal machtig was. Gelukkig spraak één van de soldaten wel Duits en kon mijn vader met hem in gesprek. Zij deelden onder andere witbrood voor ons uit. Ik kan me niet herinneren ooit zo’n lekker wit brood gegeten te hebben.” Hoewel de bevrijding officieel een feit was, werd er in noordelijke richting nog gevochten. “Volgens mij heerste er dan ook geen echte uitgelaten feeststemming onder de mensen. Iedereen was wel blij deze angstige periode heelhuids overleefd te hebben. Mijnheer Hakvoort klaagde overigens dat er een ruitje in zijn voordeur kapot was gegaan. Dat was echt het enige. Mijn vader keek hem aan en zei: man, je moest eens weten wat wij allemaal meegemaakt hebben.”

Armoede

Toen duidelijk werd dat ook de eigen stad bevrijd was, ontstond het idee weer naar Venlo terug te keren. “Wij hoorden echter slechte berichten. Alles was kapot geschoten. Daarom vroegen onze ouders zich af of het wel veilig was. Vader besloot daarom met zijn zwager (Sjeng van de Essen uit de Papegaaistraat) op de fiets vooruit te gaan om situatie aan het thuisfront te beoordelen. Wij bleven achter en het leven was toen zeker niet eenvoudig. Er was nauwelijks voldoende eten. Ja, je mag gerust zeggen, dat er ook na de bevrijding gewoon nog echte armoede heerste.” Pas nadat de berichten uit Venlo aangaven dat de situatie veilig was volgde de rest van het gezin Boom. Eerst op een open kar, vervolgens met paard en wagen en het laatste deel werd in een volledig afgesloten vrachtauto afgelegd. Frans Boom kon door de kieren naar buiten kijken en moest constateren hoe bijna alles tussen Nijmegen en Venlo kapotgeschoten was. “Ik zag echt alleen maar kapotte huizen.”

LVF_050320150004Vernielingen en puin

Bij aankomst in ´t Ven stapte het gezin uit de vrachtauto en ging zelf verder. Het doel was om de eigen woning op Kaldenkerkerweg 114 te bekijken. “Terwijl wij door de straten van De Luien Hook fietsten, haalden we allerlei gekke kunsten uit. De schade was echter zo groot, dat we daar niet konden blijven en zijn toen naar Opa Thijssen gereden. Oma Thijssen was kort na de bevrijding in 1945 van Venlo aan een ernstige ziekte overleden. Daar zijn we enkele weken gebleven. Iedereen vond het eigenlijk heel normaal dat we heelhuids terug waren. Ja, dat was overigens één van de weinige pluspunten: in onze buurt waren geen slachtoffers gevallen. De nadelige gevolgen van de oorlog heb ik met eigen ogen gezien: alles in de buurt was vernield. Er lag alleen maar puin.”

Overleven

Later werd de woning weer bewoonbaar gemaakt en was het zaak persoonlijke bezittingen terug te vinden. “Veel Venlonaren en Limburgers hadden van alles uit onze woning gestolen. Ik kan mij nog herinneren dat ik vlak voor kerstmis 1945 een wandeling door de buurt maakte en in één van huizen een opgetuigde kerstboom zag staan met onze kerstverlichting erin. Niemand had namelijk zoiets in die tijd. Alleen wij; dankzij de zaak van pap. Die mensen hadden de verlichting dus uit ons huis gestolen. Gelukkig hielp de politie mee en zijn nog meer persoonlijke eigendommen teruggevonden.” De sfeer was in die maanden na de oorlog alles behalve uitgelaten. Er was geen werk, geen inkomen dus ook nauwelijks eten en kleding. “Nee, de winkel van pap was ook volledig vernield en waren er vanzelfsprekend geen inkomsten. Omdat ik de oudste was, kreeg ik als 11-jarige jongen opdracht werk te zoeken. Ja, dat deed ik gewoon. Je wist als kind niet beter. Ik kon niet vergelijken met de situatie van voor de oorlog. Daarover had ik geen herinneringen. Je kunt er nu lang en breed over praten, maar het was zoals het was. Het ging om overleven. Je accepteerde de situatie en dacht verder nergens bij na. Maar de mensen hielpen elkaar wel. Pas toen we na de zomer van 1945 weer naar school gingen, kwamen we weer langzaamaan in het normale dagelijkse ritme. Al was het leven ook toen nog alles behalve eenvoudig.”

Nu, 70 jaar na dato, vieren wij nog steeds Bevrijdingsdag. Hoe kijkt hij er tegenaan? “Tja, wat moet ik daar op zeggen? Negentig procent van de mensen die nu deze dag vieren, hebben niets van de oorlog meegemaakt. Dat percentage zal in de loop der jaren steeds hoger worden. De mensen realiseren zich niet, wat wij echt hebben meegemaakt en hoe wij geleefd hebben. De meeste generaties van nu leven in ongekende luxe. Dat is geen verwijt, maar een beetje meer bewustwording mag best. Hoe is het om in een kelder te moeten wonen? Wij leefden van dag tot dag. Wij leefden om te overleven. Daarom is het goed dat onze verhalen nu nog verteld worden. Ook aan de nieuwste generaties. Dit is mijn verhaal; hoe ik het als kind van zes tot elf jaar ervaren heb.”

Foto’s: Frans Boom
Tekst: Rob Buchholz

[su_spacer size=”10″]

  1. Frans Boom Reply

    Naar aanleiding van mijn verhalen 1940 1946, wil toch een korte reactie geven.
    In de eerste plaats bedankt, dat U mijn relaas hebt geplaats in VENLOOS VERLEDEN.
    Ik heb veel reacties gehad, dat ik e.e.a. op Facebook naar mijn vrienden en relaties had geplaatst.
    Van mij leeftijdsgenoten kreeg ik de meeste bijval. Degene die de oorlog niet hebben meegemaakt, waren ook positief, maar konden zich natuurlijk slecht plaatsen in de oorlogsomstandigheden.
    Nu wil verder aan met mijn loopbaan na 1946.
    Mijn ideaal was om onderwijzer/leraar te worden. Omdat na de oorlog de oudere leerlingen voor gingen bij hun verdere studie, werd deze weg versperd. Ik deed toelatingsexamen, Mulo, H.B.S, Ambachtschool enz.
    Voor elke toelatingsexamen slaagde ik, doch werd niet geplaatst i.v.m. mijn te jonge leeftijd. De ouderen kregen voorrang. Mede door huiselijk omstandigheden moest ik thuis de winkel en werkplaats runnen. Mijn vader
    was ziek en andere inkomsten waren er niet. Ik kreeg dispensatie voor de 8e klas lagere school. Moest en mocht thuis blijven. Mijn vader knapte langzaam op en kon het werk thuis weer aan.
    De handelsavondschool aan de Tegelse weg Venlo werd succesvol afgesloten. Vervolgens heb de Nijverheidsavondschool in Tegelen met goed resultaat gevolgd.
    Vervolgens heb ik gewerkt bij de Cyrus rijwielfabriek Kerkhofweg Venlo en daarna bij Poeth Machinefabriek in Tegelen.
    Hierna moest ik in september 1954 in militaire dienst. Eerst Bergen Op Zoom en daarna kaderschool Breda. In Breda kreeg ik een dienst ongeval en was geruime tijd uit de running.
    Hier werd ik naar ’t Harde overgeplaatst. Toen ik genezen werd verklaard, werd ik chauffeur van de Dominee en de Aalmoezenier. (Luizenbaan.)
    Verder vertoefde ik dagen in het Protestants en Katholiek militair tehuis. En dan niet voor maar achter de tap. In de avonduren heb ik mijn middenstand diploma gehaald en elektrisch en autogenisch lassen geleerd.
    Stil zitten was niet aan mij besteed.
    Tegen het einde van deze toch wel prettige diensttijd werd over mijn toekomst gedacht. Thuis de zaak overnemen was geen optie omdat de gehele buurt afgebroken zou worden.
    En …….. 2 gezinnen leven van een bedrijf waar i.v.m. het vorenstaande geen toekomst in zat was geen optie.
    Goede raad was duur. Door een personeel advertentie van de Gemeente politie Tilburg werd personeel gevraagd. Ik trok mijn stoute schoenen aan en solliciteerde in Tilburg.
    Tot mijn grote verbazing werd ik opgeroepen, gekeurd enz. Het was de mop van het jaar. Ik werd op 1-4-1956 als aspirant agent in Tilburg aangenomen.
    Tilburg had een eigen politieopleiding, dus moest ik veelal na diensttijd cursussen volgen. Ook hier slaagde ik voor de gewenste examens. Ik heb daar ruim 2 en half jaar “straatdienst” gedaan.
    Omdat ik vanaf ca 1947/48 lid was van de Harm van Blerick, ging uiteraard ook muziek maken bij de Tilburgse Muziekkapel. Omdat er jaarlijks een politiemuziekfestival werd georganiseerd, werd in de zomer van 1958
    Groningen bezocht. Tot mijn grote verbazing trof ik daar Theo Vorstermans aan, eveneens oud lid van de Harmonie van Blerick. Hij was agent in Maastricht en haalde mij over om naar deze plaats te komen.
    Ik had er wel oren naar, vroeg in Tilburg een dagje verlof aan en vertrok naar Maastricht. Omdat ik de vereiste diploma’s had ( het kostte Maastricht dus niets) werd ik per 1-11-1958 aangenomen.
    Om mijn verhaal kort te houden. In Maastricht heb ik vrijwel alle functie bekleed, geuniformeerde dienst, recherche. Kinder- en Zedenpolitie. Bijz. Wetten. Vreemdelingendienst. Chef Recherche. Leider Recherche Bijstand team. Hulpofficier van Justitie. Landelijk contactpersoon speciale opsporingsdiensten. Bureau Halt. Sociale recherche. ( Letterlijk en figuurlijk had ik een flinke vinger in de melk te brokkelen.)
    Uiteraard moest er regelmatig bijscholingen worden gevolgd. Zo kwam ik tot ontdekking dat ik ca 17 jaar buiten mijn werk en dienst tijd in de avonduren had gestudeerd.
    Ca 1989/1990 moest de politieorganisatie georganiseerd worden. Mij werd ook gevraagd om een en ander op papier te zetten. Tot verbazing van de legerleiding, heb ik dit met geldige redenen geweigerd.
    Ik stelde voor jongeren van ca 35/45 jaar dit laten doen en na veel vergaderingen enz. ging men daarmede akkoord. Ik moest nog ongeveer 2 jaar werken en dan met de Vut.
    Bovendien had ik nog een berg verlofdagen te goed, om maar niet spreken van de overuren die waren verricht.
    Op 1 januari 1992 ben ik met de “VUT “gegaan. Ben dus ca 23 jaar met “groot verlof”
    Terugkijkend op mijn werkzame leven, kan ik alleen maar zeggen, dat ik gewoekerd heb met mijn beperkte opleiding. Heb altijd met plezier gewerkt en mijn plicht vervuld.
    Heb eigenlijk nergens spijt van. Heb veel hobby’s o.a. muziek maken. Dit was en is nog altijd mijn uitlaatklep.
    Vr.
    Groeten Frans Boom Gronsveld

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.