Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Stel ôg ens veur – deel 2

Dit is de plaats, heej wil ik blieve...

[su_audio url="http://venloosverleden.nl/wp-content/uploads/2016/09/26-Dit-is-de-plaats.mp3"]

Vaat 11: "Wat d’r auk gebeurt, ik krieg dae hiëp aan ut schiëte op de bühne."

In deel 1 van het verhaal over Stel ôg ens veur hebben wij als makers van Venloos Verleden geprobeerd een sfeerbeeld van diverse gebeurtenissen rondom deze revue in 1984 neer te zetten. Maar natuurlijk is er niets beter om de verhalen van direct betrokkenen zelf te horen. Daarom komen in dit tweede en laatste deel de leden van Vaat 11 aan het woord. Zij speelden bij zowel de eerste revue uit 1980 als bij Stel ôg ens veur diverse rollen. Speciaal voor de lezers van Venloos Verleden halen zij nog één keer speciale herinneringen op.

De mannen van Vaat 11 hadden zich bij de uitvoeringen van Waat ennen tièd in de Prins van Oranje immens populair gemaakt. Het liedje Butterfahrt groeide uit tot één van de meest populaire liedjes uit de historie van de Venlose Revue. Het was dan ook niet meer dan logisch dat de heren bij Stel ôg ens veur weer een aantal spraakmakende rollen kregen toegewezen. Sjaak van Elswijk, Jan Buchholz plus Wiel en Coen Vestjens vertellen over de twijfels vooraf, de humor tijdens repetities en uitvoeringen, maar vooral over de bijzondere sfeer die voor een revuegezelschap zo kenmerkend is.

Sjaak van Elswijk is direct duidelijk. "Zou het wel weer een succes worden?" Hij knikt bedachtzaam. "Ja, dat vroegen wij ons echt vooraf af. Waat ennen tièd was op alle fronten uniek en het succes was ongekend." Wiel Vestjens voegt daar aan toe: "Het succes van de eerste revue kwam voort uit de herkenbaarheid: de bevrijding, processie, de gevoelens uit die tijd. Toen bij die eerste voorstelling in 1980 het doek openging, zagen we echt mensen met tranen in hun ogen in de zaal zitten. Voor veel mensen die het einde van de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt was het weer 1945. Ze stonden weer midden op de Parade. Ze herbeleefden de tegenstrijdige combinatie van intense vreugde vanwege de bevrijding met het verdriet van de ongekende verwoestingen door bombardementen, maar ook van de vele doden. De Venlonaren die niet van de vrijheid konden genieten. Dat gevoel was in 1980 tijdens de uitvoeringen gewoon tastbaar. De reacties waren vanzelfsprekend fantastisch. De stad droeg ons op handen. Maar hoe konden de makers en bedenkers dat gevoel en die emotie overtreffen? Door de opening van De Maaspoort in 1984 ontstond het idee voor een nieuwe revue en ondanks de eerste twijfels slaagde Frans Boermans er toch weer in om iedereen enthousiast te krijgen."

Vaat 11 kreeg diverse rollen toebedeeld. De heren waren betrokken bij de openingsscène als Flujas met zijn volk op zoek gaat naar een nieuwe vestigingsplaats, maar ook bij andere verhaallijnen van deze revue kreeg Vaat 11 een aantal rollen toebedeeld die het gezelschap op het lijf geschreven waren. Van Elswijk: "Wij waren de Vroede Vaderen – een soort van gemeenteraad – en het Fluiterskorps uit de partnerstad Krefeld en de Garde Civique Als begeleiders van Napoleon (Hermke Baur). Wiel speelde ook nog de rol van Wannevleeger op de stadsmuur." De rolverdeling was duidelijk en anderhalf jaar voor de première begon ook Vaat 11 met de voorbereidingen. "We kregen het script en men zei: begin maar te repeteren," zo weet Jan Buchholz zich te herinneren. "In eerste instantie oefende iedereen voor zichzelf. Onze rol als Vroede Vaderen was daarbij het meest eenvoudig want die teksten konden we tijdens de uitvoering zittend van achter een tafel gewoon vanaf papier oplezen."

Bij de eerste officiële repetities werd direct duidelijk dat de sfeer bij de spelers onderling wederom meer dan goed was en de humor stond natuurlijk centraal. Wiel Vestjens zegt daarover: "Tijdens het repeteren ontstaan vriendschappen voor het leven. Je bent anderhalf jaar zo intensief met elkaar in de weer. Bij diverse revues zijn zelfs relaties ontstaan. Spelers delen namelijk lief en leed met elkaar. Dan groei je meer dan gemiddeld naar elkaar toe. En ja, daar horen natuurlijk ook momenten van verdriet bij." Vaat 11 lid Sjaak Peeters had geen rol op het podium tijdens deze revue. Hij was achter de coulissen belangrijk. Vestjens: "Sjaak was een ongelooflijk harde werker en echt overal inzetbaar. Hij was meer dan een aangever. Vlak voor één van de voorstellingen kregen we te horen dat hij plotseling was overleden. Ik heb die avond mijn rol gespeeld, ben naar huis gegaan en heb gehuild als een kind. Een fles whisky heeft mij toen door de nacht geholpen. Vreselijk. Maar dat toont eens te meer aan: de revue is één grote familie. Zijn dood raakte iedereen."

Het is toch vooral de humor die tijdens repetities als uitvoeringen centraal staat. De humor die zeker voor de heren van Vaat 11 zo kenmerkend is. Echt Venloos, spontaan, maar vooral kwant en joeksig. "Je bent de hele avond op of rondom de bühne bezig," aldus Coen Vestjens. "Ja, dan slaat ook de meligheid wel eens toe. Zeker als er al een aantal voorstellingen gespeeld zijn. Zo had Theo van Heyster – toen ook lid van Vaat 11 - een rol waarbij hij vooral deed alsof hij lag te slapen. Het enige dat Theo af en toe moest zeggen was: ik bin taege! Die scene duurde echter dusdanig lang dat hij wel eens echt in slaap viel. Dan gaf ik hem een flinke schop om hem wakker te houden. Door spontane acties, de onderlinge grapjes en speelvrijheid duurde de voorstellingen na verloop van tijd zeker 10 minuten langer. Maar dat zal niemand in de zaal gemerkt hebben. Juist die losse sfeer maakte het voor ons als spelers juist nog leuker. "Jan Buchholz valt hem lachend bij. "Tijdens de openingsscène met het liedje Wied is de waeg was het zaak dat iedereen heel serieus keek. Maar wat gebeurde er: vlak voor het doek opging, stonden een aantal spelers gekke gezichten naar elkaar te trekken. Zeker op het moment dat iedereen bloedserieus moet zijn en de spanning over het begin van het optreden voelbaar is, barsten de mensen juist dan hard in het lachen uit. Ik geloof niet dat het publiek in de Maaspoort er iets van gemerkt heeft. Maar wij lachten ons af en toe blauw op het podium." Bij het noemen van één anekdote volgen er vanzelfsprekend altijd meer. Zo zat Hermke Baur bij zijn rol als Napoleon op een echt paard. Het dier werd altijd met een lift naar het podium vervoerd. Na drie voorstellingen zei Huub Berendse: "Wat d’r auk gebeurt, ik krieg dae hiëp aan ut schiete op de bühne." Buchholz lacht hard als hij het verhaal weer vertelt: "Het paard kreeg vervolgens ander eten gevoerd en hupsakee: bij de volgende avond ging die moppentrommel vol open. De stank op het podium was niet om te harden."

Hoewel diverse mensen dus probeerden om de gehele club van spelers en andere betrokken continu in het gareel te houden, slaagde men daar niet in. Zo liet de toenmalige directeur Abbenhuis van het nieuwe Venlose theater duidelijk zijn mening horen over een aantal zaken. "Wat jullie hier ook doen. Er wordt voor en tijdens de voorstellingen niet gedronken." Alles en iedereen knikte braaf ja, maar de beloftes waren snel gebroken zo weet Coen Vestjens zich te herinneren. "René Evers zorgde regelmatig dat er op een avond diverse 15-liter vaatjes bier in de kleedkamers bezorgd werden. Abbenhuis had niets door, maar aan het einde van de cyclus waren er zoveel vaten verzameld, dat we daar bijna een toren van konden bouwen."

Na de 15 voorstellingen in het najaar van 1984 volgde in de lente van 1985 nog eens vijf uitvoeringen. De heren van Vaat 11 zeggen daarover: "Na anderhalf jaar repeteren zaten de teksten bij iedereen er goed in. In het voorjaar is hele groep van acteurs nog een keer zes weken bij elkaar gekomen om de rollen en het verhaal goed door te nemen, maar de basis stond." Na de allerlaatste voorstelling werd er in het artiestenfoyer van De Maaspoort flink en vooral lang feestgevierd. Iedereen zong de klassieker ‘Ut is gedaon’ luidkeels mee. Vaak met een grote lach, maar hier en daar ook met een traan. Het was een fantastische tijd geweest. Voor iedereen.

[su_spacer]

Tekst: Rob Buchholz

Fotografie: Leon Vrijdag, Aad Lips

Speciale dank aan de Stichting Venlose Revue voor het beschikbaar stellen van archiefmateriaal

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.