Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

OOC – Vrijhaven voor de ‘ongeorganiseerde’ jeugd

De jaren zestig staan bekend als een roerige tijd. Het is het decennium van de Flowerpower, Provo’s, Nozems en Hippies. Voor het eerst is er sprake van een jongerencultuur die zich op allerlei manieren afzet tegen hun ouders en de gevestigde orde. De Beatles en de Rolling Stones veroveren de wereld en geïnspireert door de iconische beelden van megademonstraties en festivals tijdens de Summer of Love die via televisietoestellen langzaam de huiskamers binnen druppelen trekken groepen jongeren zich samen terug en wisselen muziek en ideeën uit.

Stationsjeugd
De veranderingen in de jeugdcultuur en in de samenleving in de jaren ’60 zijn ook in Venlo merkbaar. Langzaam komt er een einde aan het parochiële jongerenwerk. De instuif en de wat stijve dansavonden in zalen als Copacabana, Ons Huis, IL 56 voldoen niet meer aan de eisen van de steeds eigenzinniger wordende jeugd. De behoefte aan een eigen plek wordt groter.

Eén van de groepen van de Venlose jeugd die er niets voor voelen om gebruik te maken van de ontspanningsmogelijkheden die de jeugdverenigingen in Venlo bieden is de groep ‘jongeren met de lange haren’. De groep bestaande uit ongeveer 25 personen heeft een grondige afkeer om lid te worden van een of andere vereniging. Deze afkeer is gegrond op een verlangen om zo min mogelijk gebonden te zijn. Lid zijn van een vereniging betekend dat je altijd je lidmaatschapskaart op zak moet hebben omdat de toegang anders geweigerd wordt. Een andere reden om geen lid te zijn van een vereniging is de houding van de mensen die al lid zijn van de een of andere jeugdvereniging. De ‘jongeren met de lange haren’ worden door de brave gemeente gezien als langharig, werkschuw tuig en worden overal weggekeken. Dus is het maar de vraag of ze überhaupt binnen worden gelaten bij een jongerensociëteit en als dat wel gebeurt is er weinig plezierigs aan er je avond door te brengen. “Je wordt aangestaard als een koe met twee koppen en vervolgens met minachting behandeld”, vertelt één van de jongeren in een interview met het Dagblad van Noord-Limburg van 16 september 1967.

Fransz Rombouts uit Blerick, toen 16 jaar "Ik had in die tijd als man zo ongeveer zo ongeveer de langste haren van heel Nederland' sluit zich in augustus 1967 aan bij de zogenaamde Stationsjeugd na in Sevenum door daar wonende studenten aan de kweekschool te Venlo gewezen te zijn op op de dagelijkse aanwezigheid van mede-langharigen op de banken voor het Venlose station. Op het idee gebracht door publicaties in het toen roemruchte weekblad Hitweek (1965-1969) en een recent bezoek aan het toen 'magische' centrum Antwerpen stelde hij voor om op zoek te gaan naar een eigen home waar de groep bij elkaar kon komen, zich bezig kon houden met muziek beluisteren en beoefenen, een gezamenlijke bibliotheek kon houden en soortgenoten uit andere steden kon ontvangen. Vanwege zijn opleiding, de Handelsavondschool, waren zaken als huur en verhuur, financiën en dergelijke geen onbekend terrein voor hem.

De groep rijdt op hun brommertjes door Venlo en ziet her der panden leegstaan die heel goed als huisvesting zou kunnen dienen. Maar als ze dit aankaarten bij de gemeente krijgen ze te horen dat deze panden afgebroken worden. Ten einde raad doet de groep jongeren een beroep op een aantal makelaars om een pand te huren. Fransz Rombouts: “we hadden bedacht dat we met de hele groep iedere maand voldoende geld bij elkaar konden brengen om ergens een pand te huren, maar die makelaars vroegen schreeuwend hoge huurprijzen die we in geen mensenleven hadden kunnen opbrengen”. Eén keer was de groep heel dicht bij de huur van een pand maar door hun eigen domme schuld ging het uiteindelijk niet door. “We gingen een villa bekijken die eventueel geschikt zou zijn voor ons doel. In één van de kamers troffen we een kledingkast aan vol Bh’s en korsetten. Het werd een hilarische verkleedpartij maar helaas werden we betrapt door de eigenaresse van het pand met alle consequenties van dien”, lacht Fransz Rombouts.

Prolurk
In de maanden die volgen worden er talloze pogingen ondernomen door de groep jongeren om een eigen plek in de stad te krijgen waar de ‘ongeorganiseerde’ jeugd van Venlo zich zonder enige verplichting kan ophouden en zich tevens creatief kan uiten. Maar de ambtenaren en de gemeenteraad vinden het blijkbaar niet belangrijk genoeg en negeren alle verzoeken. En dus wordt er in 1968 een nieuw actiecomité onder de naam ‘Prolurk’ samengesteld. Dit comité heeft de taak op zich genomen om bij de gemeente Venlo een open jongerencentrum los te krijgen. Het blijft echter niet alleen bij vragen, het comité toont zich enorm actiebereid en stelt in een open brief aan de stadsoverheid een ultimatum: “U krijgt een overwegings/behandelingsperiode ter beschikking, die ingaat op donderdag 14 juni en onverbiddelijk afgesloten wordt op woensdag(avond) 20 juni. Gebeurt dit niet, dan zal de Venlose jeugd, na tot de conclusie te zijn gekomen, dat er langs officiële weg bij de gemeenteraad niets te bereiken valt hun ongenoegen op openbare en meer effect sorterende wijze uiten. Alle verantwoordelijkheid rust dus bij de stadsoverheid”.

De gemeenteraad laat wederom niets van zich horen en volhard in hun passieve houding te aanzien van het jongerencentrum en geeft hiermee het startschot voor openbare acties. Op zaterdag 22 juni 1968 vind er in de binnenstad van Venlo een rustige protestmars plaats georganiseerd door Prolurk. Langzaam groeit het besef bij de lokale overheid dat de behoefte aan een jongerencentrum groot is en toont zich bereidwillig om mee te werken aan de realisatie van het gewenste centrum. De ambtelijke molens draaien echter langzaam en als tussenoplossing gaat het actiecomité op eigen houtje verder met het zoeken naar een geschikte plek om onderdak te vinden voor het jongerencentrum. In november 1968 krijgt de werkgroep die ontstaan is uit de actiegroep Prolurk één avond in de week de beschikking over een zaaltje in het jeugdhuis De Maagdenberg. In eerste instantie wordt er een huurovereenkomst gesloten tot 31 december 1968 en wordt er een start gemaakt met het realiseren van de activiteiten zoals die in de zomer van 1968 besproken zijn. Vanaf januari 1969 krijgen de avonden een meer definitievere vorm maar dan gaat het mis.

Op 22 februari 1969 organiseert de werkgroep een ‘progressieve popavond’ met medewerking van o.a. de band Obsession, DJ Thuur Steegh en magiër Jan Hendrix. Het was de bedoeling om er een theatrale avond van te maken. Omstreeks kwart over acht begint Obsession te spelen. De versterkers staan vol open, dit ondanks het eerdere verzoek van de aanwezige Stichting Maagdenberg-voorzitter, de heer Peters om het rustig aan te doen. Nog voordat Obsession het eerste nummer beëindigd heeft is er al een politieagent aanwezig om namens de buurtbewoners te verzoeken om zachter te spelen. Uiteraard werd aan dit verzoek niet voldaan. Vervolgens word de ‘Super Licht Show’ verboden omdat dit in strijd is met de openbare orde en de goede zeden. De organisatie voelt zich genoodzaakt om een aantal van de geplande acts te laten vervallen. Als dit omgeroepen wordt is de beheerder van het jeugdhuis de zondebok en wordt hij toegeroepen met leuzen als “Fuck him”. Obsession mag na tien uur niet meer spelen en tot die tijd mag er alleen gematigde muziek gemaakt worden, zonder obscene teksten. Maar uiteraard negeert het aanwezige publiek al deze verzoeken en na tienen wordt er doorgeborduurd op het thema ‘Vuil en Voos’. Uiteindelijk is het genoeg en wordt de avond beëindigd. Dit einde betekend meteen het einde van de jongerenavonden in jeugdhuis De Maagdenberg.

Schot in de zaak
Op 29 mei 1969 organiseert de Raad voor Jeugdservice een zogenaamde ‘hearing’ in het “Ald Weishoés”. De structuur van de raad is veranderd en het bestuur wil alle geïnteresseerden de mogelijkheid bieden om op deze avond vragen te stellen over de nieuwe opzet van het jeugd –en jongerenwerk in Venlo en tevens van gedachte te wisselen over de diverse mogelijkheden voor het broodnodige open ontmoetingscentrum. Tijdens deze avond wordt een werkcomité geformeerd bestaande uit tien personen die gaan samenwerken met het stichtingsbestuur van de stedelijke Raad voor de Jeugdservice in Venlo om een plan voor te bereiden dat op korte termijn moet resulteren in een open ontmoetingscentrum voor de Venlose jongeren. Meteen na de bijeenkomst op 29 mei gaat de werkgroep aan de slag en wordt er onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van het pand Picardie 6 als toekomstig ontmoetingscentrum. Tevens worden er gewerkt aan het oprichten van een stichtingsbestuur wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van voldoende financiële middelen. In de tussentijd worden als noodoplossing een 11-tal zondagavonden georganiseerd in Café Moustache aan de Stalbergweg om de nog steeds ongeorganiseerde jeugd een ontmoetingsplek te bieden. In november sluit Moustache de deuren en gaat het wachten op een open ontmoetingscentrum onverminderd voort.

Purple Nova
Op 1 november 1969 wordt er in het Nationaal aan de Spoorstraat in Venlo geschiedenis geschreven. De Moustache-clan organiseert die dag een evenement onder de naam ‘Purple Nova’ om het Venlose publiek kennis te laten maken met de doelstellingen en de mogelijkheden van een open ontmoetingscentrum. In drie zalen speelt zich een divers programma af. De muziekmarathon trekt zo’n 1200 jongeren uit Venlo en omgeving en is het definitieve startschot voor de opening van een jongerencentrum.

Gedenkwaardig
12 december 1969 is een gedenkwaardige dag in de geschiedenis van het OOC (Open Ontmoetings Centrum). Ten kantore van notaris Beckers wordt de stichtingsacte gepasseerd. Het einddoel, een open ontmoetingscentrum komt steeds meer in zicht. De eerste taken van het stichtingsbestuur zijn het zorgen voor huisvesting en het aanstellen van een beroepskracht. Op 1 mei 1970 wordt er een arbeidsovereenkomst aangegaan met Jan Derkx, die hiermee de eerste beroepskracht van het OOC is. De eerder genoemde optie voor huisvesting in het pand Picardie 6 wordt afgewezen door Jan Derkx omdat het te klein blijkt te zijn voor de te realiseren activiteiten. In juli 1970 wordt op de hoek Kaldenkerkerweg-Heutzstraat een pand ontdekt wat meer geschikt blijkt te zijn voor de vestiging van het open ontmoetingscentrum. Het pand waar voorheen de winkel van ‘De Gruyter’ gevestigd was moet grondig aangepast worden maar uiteindelijk wordt er per 1 september 1970 een huurovereenkomst aangegaan. In de laatste maanden van 1970 wordt het pand geschikt gemaakt. Het einde van een jarenlange strijd tussen de gemeente Venlo en de jongeren lijkt tot een einde te komen. Slechts een klein aantal van de initiatiefnemers van het eerste uur heeft de jarenlange strijd doorstaan. Aangevuld met enkele nieuwe leden wordt op 1 februari 1971 de vrijwilligersgroep OOC Venlo opgericht om onder leiding van projectleider Jan Derkx en Ruud Hietbrink het centrum te gaan runnen. Op 26 februari 1971 gaat een lang gekoesterde wens van veel jongeren in Venlo in vervulling en wordt het Open Ontmoetingscentrum officieel geopend.

De beginjaren
De geschiedenis van het Open Ontmoetingscentrum kent heel wat pieken en dalen. Onder de bezielende leiding van Jan Derkx groeit het centrum uit tot een ontmoetingsplek voor jongeren waar swingavonden en live optredens georganiseerd worden. Vanaf 1973 krijgt het OOC een meer cultureel karakter. Hay Joosten die al een tijd als vrijwilliger betrokken is bij het OOC neemt in mei 1974 het stokje over van Jan Derkx en Ruud Hietbrink en wordt de nieuwe manager van het centrum. Hay Joosten: “ik was destijds manager van de band Static en had veel contacten in de muziekwereld. Ook deed ik de programmering van ‘Stage 66’ in Ons Huis in Blerick. Zodoende ben ik bij het OOC als vrijwilliger betrokken geraakt”. Zo lukte het Hay Joosten bijvoorbeeld om de band America binnen te halen toen ze net hun grote hit ‘A Horse with No Name’ hadden. Hay Joosten deed ook op verzoek van de toenmalige directeur Nijssen van de Prins van Oranje de popprogrammering in de Prins met o.a. Captain Beefheart, Kevin Ayers, Camel, Brinsley Schwartz. Ondertussen bestond het Open Ontmoetingscentrum drie jaar als jongeren café, “maar eigenlijk gebeurde er te weinig”, aldus Joosten.

In de jaren die volgden werd het OOC onder leiding van Hay Joosten en Ben Kreiter omgevormd van een jongeren café naar een jongeren cultuurpodium. “Schrijver Ton van Reen maakte ook nog korte tijd deel uit van de beleidsgroep maar moest helaas vanwege ziekte afhaken”, verteld Hay Joosten. Hij werd vervangen door Ben Kreiter. Latente interesses van bezoekers werden manifest gemaakt. Het was de opzet dat bezoekers hun eigen inbreng kregen in die activiteiten. “Als je een idee had, kwam je er gewoon mee naar Ben en mij en dan werd bekeken hoe dat georganiseerd kon worden. Meestal was dat met een werkgroep”, vertelt Hay Joosten. Zo ontstond er bijvoorbeeld een filmwerkgroep die films vertoonde die in de gewone Venlose bioscopen niet te zien waren, ontstond het eerste muziekcollectief van Nederland, een zeefdrukkerij, theaterworkshops, een fotografiegroep, het Zomerstraatfeest en een videowerkgroep die videofilms maakten die landelijk de aandacht trokken.

Behalve de activiteiten werd ook het horeca-gedeelte aangepakt. Verkoop van drank betekende meer omzet en dus een betere exploitatie van het jongerencentrum. Frans Spreeuwenberg kwam met een aantal goede ideeën waaronder de wekelijkse swingavonden om daarmee de café-omzet te verbeteren. Samen met een werkgroep van bezoekers werd dit een doorslaand succes. Frans: “ik had de nodige horeca-ervaring omdat ik in diverse kroegen in Venlo waaronder Bonaparte gewerkt had”.

Het OOC heeft altijd een beetje een dubieuze naam gehad. “En toch zijn er zelden of nooit echte problemen geweest”, verteld Frans Spreeuwenberg. De verschillende groepen die er kwamen gaven elkaar de ruimte en ieder deed zijn ding. Als er al problemen waren dan werden die vaak veroorzaakt door groepen van buitenaf. Hay Joosten herinnert zich een incident tijdens één van de ‘Swingavonden’ op vrijdag met een groep van het ‘Borussia Front’. “Vijf of zes van die boomlange skinheads die een avond lang een groepje meiden lastig vielen en naziliedjes zongen. Toen ze weg waren gaven de vaste bezoekers aan dat ze die Duitsers wel een lesje zouden leren als ze de volgende week weer terug zouden komen. vertelt Hay Joosten: “de methoden die ze wilden kiezen stond me niet aan. Ik voelde me als beroepskracht verantwoordelijk en wilde het liever anders aanpakken. Toen dezelfde groep een week later terug kwam heb ik ze aangesproken en verteld dat ze de week ervoor ‘Scheisse’ gebouwd hadden en alleen welkom waren als ze zich zouden gedragen volgens onze regels”. Gadegeslagen door een vaste kern bezoekers, gewapend met houten staven en knuppels in plastic tassen, gedroegen de Duitsers zich die avond redelijk. “We hebben ze na twee avonden nooit meer terug gezien”, lacht Hay Joosten.

In de loop van de jaren kwam ook het drugsprobleem de stad binnen. De kopers van drugs die uit Duitsland kwamen vormden een toenemend probleem voor het OOC. “Binnen werd wel geblowed en dat werd ook toegestaan”, herinnert Frans Spreeuwenberg zich. Maar op een gegeven moment kreeg het OOC ook te maken met gebruikers en dealers van harddrugs. Frans Spreeuwenberg: “we hebben er alles aan gedaan om zowel de gebruikers als de dealers buiten te houden, maar helaas lukte dat niet altijd. Ik heb diverse jongeren kapot zien gaan aan de heroïne, een populaire drug destijds”, verteld Frans Spreeuwenberg.

Filmhuis Venlo
Naast de commerciële bioscopen City, Scala en Royal Irene (Seks Pietje) was er in Venlo een groeiende behoefte aan andere films. Deze behoefte heeft ervoor gezorgd dat enkele enthousiaste Cinefielen de OOC Zienema opgericht hebben waar artistieke kwaliteitsfilms en documentaires gedraaid konden worden.

Tejo Merkus kwam in 1978 in aanraking met de OOC Zienema. "Ik werd er door een toenmalige vriendin uit Zuid-Limburg op gewezen dat er in het OOC interessante films gedraaid werden. Ze kwam vanwege haar studie in Venlo wonen en was wel nieuwsgierig naar wat er in het OOC allemaal gebeurde”, verteld Merkus die het OOC tot dan alleen van de buitenkant kende. Een jaar lang bezocht hij ieder weekend de OOC Zienema met de vriendin aan zijn zijde. “Na een jaar vertrok ze weer richting het zuiden, maar ik bleef het OOC wekelijks bezoeken, zegt Tejo Merkus. Toen hij midden jaren tachtig na zijn studie in Nijmegen terugkeerde in Venlo werd Tejo gevraagd om vrijwilliger te worden bij het Open Ontmoetingscentrum.

Tijdens de voorbereiding van een cultureel uitwisselingsproject in Slovenië hoorde Tejo Merkus dat hij een banenpoolcontract een vaste baan als beroepskracht kreeg bij het inmiddels in Filmhuis Venlo omgedoopte OOC Zienema. “Die avond werd er in een onderaards gewelf in Ljubljana met lokaal bier uit halve literflessen geproost op mijn nieuwe baan: OOC Perron55-welzijnswerker Jan Moors, OOC Perron55-medewerker Marcel van Beek, organisator Math Aerts, en van KUD, de Sloveense organisatie, Monika Skaberne en Eva Röhrmann. Aldo van de Electronic Body Music-band Borghesia stond plaatjes te draaien”, verteld Tejo Merkus.

Tejo Merkus blijft tot 2007 als beroepskracht betrokken bij het inmiddels tot Perron 55 omgedoopte Open Ontmoetingscentrum. Terugkijkend op zijn tijd als vrijwilliger en beroepskracht bestempeld hij zijn tijd bij het OOC en Perron 55 als een enorme leerschool. “Ik heb hier geleerd om films te projecteren, hoe leiding te geven en mensen te begeleiden en ik heb er het vak van filmprogrammeur geleerd”, verteld Merkus. Ook in cultureel opzicht heeft hij veel geleerd. “Ik heb in mijn periode bij het OOC en Perron 55 ontzettend veel films en bands gezien en gehoord. Mijn hele sociale leven heeft zich hier afgespeeld. Ik zou meteen weer instappen als ik de tijd terug kon draaien”, besluit Tejo Merkus.

Muziekcollectief
Behalve de Swingavond, waar zo ongeveer de grootste groep bezoekers op af kwam en het filmhuis organiseerde het OOC ook veel op gebied van muziek. Het OOC bouwde een reputatie op door steeds weer nieuwe muziekstromingen te presenteren en beginnende bands een kans te geven en werd daarom de ontmoetingsplek voor veel muzikanten. Het muziekcollectief werd in 1976 opgericht, de kelder werd van apparatuur voorzien en werd als oefenruimte ingericht. Binnen hele korte tijd waren er vijftien bands actief in het Open Ontmoetingscentrum.

Peter Keijsers was destijds de bassist van de OOC houseband. “Iedere buurt had in die tijd zijn eigen bands. Door het oprichten van het muziekcollectief kwamen deze samen bij het OOC en ontstonden er samenwerkingen, kon er apparatuur van elkaar geleend worden en vond er kruisbestuiving van verschillende muziekstijlen plaats”, verteld Peter Keijsers. De bands betaalden voor het gebruik van de apparatuur en één keer per jaar moesten ze als tegenprestatie optreden in het OOC. Het muziekcollectief was het eerste georganiseerde samenwerkingsverband tussen verschillende bands en kreeg hierdoor landelijke aandacht op Vara-radio. Later kwam er onder leiding van Wim Kaufman, Hans Donders en Frank Kranen ook een opnamestudio in de kelder van het OOC.

Bauplatz
Eind jaren zeventig manifesteerde de punkscene zich in Nederland. De oude hippies werden afgelost door een jongere groep mensen met ander ideeën en andere behoeftes. Het OOC moest mee met deze verandering. Er ontstond een spanningsveld. De punkers wilden hun eigen muziek horen en punk bands programmeren. Incidenteel gebeurde dat al maar de groep wilde meer. In 1981 kregen de punkers een eigen avond, de zondagavond. Dat was het begin van Bauplatz. Er werd punk, noise en new wave gedraaid en Bauplatz haalde bands naar Venlo die later internationaal zouden doorbreken. In de zeefdrukkerij van het OOC werden eigen affiches gemaakt en de kelder werd ingericht als opnamestudio waar Venlose bands nummers konden opnemen en werd door het muziekcollectief een lp uit met nummers van bands als Catastrophe Bizarre, Koko Zozo, Meer Staal, Cosmetica en Zoo. In 1982 kwam onder het ‘Limbabwe’ label de verzamel cassette ‘Vlaaikots’ uit met nummers van Zanzibars Twist, Coolcast, Cherokee, Chloroform, Alive Detail, Holland Elektro, Zoo en Pandemonium. Deze laatste band zou in de jaren die volgden uitgroeien tot de belangrijkste vertegenwoordiger van de Venlose punkscene. Pandemonium bracht eigen werk uit op vinyl en trad op in heel Europa.

Perron 55
Inmiddels was het OOC onderdeel geworden van de welzijnsstichting. In 1989 besloot de gemeente het welzijnswerk in de stad stevig te reorganiseren. Het OOC zou per direct onder deze nieuwe stichting komen te vallen en verloor daarmee zijn zelfstandigheid. Tevens kwamen er ook nieuwe doelstellingen: het OOC moest een functie krijgen voor de opvang van randgroepjongeren, en verloor daarmee voor een deel de culturele functie die het altijd gehad had. De plannen om het OOC onder te brengen bij de nieuwe stichting vielen volkomen verkeerd bij de bezoekers die zich zeer actiebereid toonden. Daarnaast speelde al enkele jaren de discussie over de verplaatsing van het OOC. Het pand op de hoek Kaldenkerkerweg-Heutzstraat was te klein geworden en in zeer slechte staat. De bezoekers wilden graag een nieuwe plek die centraler gelegen was. Hun oog viel op de oude eierveiling aan de Reedestraat maar de politiek wilde hier niet aan mee werken en het besluit om het OOC te verplaatsen werd telkens uitgesteld. Hay Joosten voerde in die tijd veel gesprekken met de bestuurders van de stad maar zonder resultaat. Daarop werd er door de bezoekers een actiecomité opgericht en op een gegeven moment wilde deze groep zelf met directeur Van de Goor van de welzijnsstichting gaan praten. Dat verzoek werd niet gehonoreerd. Zijn antwoord: “Ik praat alleen met de beroepskrachten niet met de bezoekers” zette veel kwaad bloed. De frustraties groeiden en dat leidde tot veel confrontaties. Regelmatig werden ruiten van het gemeentekantoor en het kantoor van de welzijnsstichting ingegooid, maar de toenmalig wethouder Theo Stroeken wilden niet wijken en dus werden de acties harder. Het doel van deze acties was om Stroeken eens persoonlijk aan te pakken en uiteindelijk werd er op 9 juni 1989 een brandbom onder de auto van de wethouder geplaatst. Stroeken had geluk, de bom ging niet af. Enkele maanden na het bomincident op 9 oktober 1989 werd er ingebroken bij de stadsomroep. De tape in de uitzendcomputer werd gewisseld met een tape waarop een man met een vervormde stem en een zwarte bivakmuts een verklaring voorleest. Op de achtergrond een wit laken met daarop de letters O.O.C.T.V. De actie haalde de landelijke televisie en werd zelfs uitgezonden bij het actualiteitenprogramma ‘Jongbloed en Joosten’.

Handig waren de acties niet altijd en de timing was vaak verkeerd. Hay Joosten was niet blij met de acties van de jongeren. “De gekozen methoden waren niet mijn methoden, het traineerde het proces en vertraagde de besluitvorming voor een nieuw onderkomen”, aldus Joosten. Hay Joosten stapte in september 1989 na vijftien tropenjaren op bij het OOC. Hij had het helemaal gehad met de gemeente die in zijn beleving nooit iets had gedaan voor het OOC. Maar dat was voor Joosten niet de reden om op te stappen. “Ik had andere ambities en vond het tijd worden om het stokje over te dragen”, zegt Hay Joosten. Collega Ben Kreiter ging nog enkele jaren door.

Op 14 december 1989 besloot de gemeenteraad akkoord te gaan het collegevoorstel om het OOC te verplaatsen naar een nieuw te bouwen pand aan de Kaldenkerkerweg. De nieuwbouw kwam op de plek waar de voormalige stadsschouwburg ‘De Prins van Oranje’ gestaan had. De jongeren waren woedend, met name omdat de locatie in hun ogen te ver van het centrum lag. Met nieuwe acties probeerden ze het besluit van de gemeenteraad terug te draaien maar het waren de laatste stuiptrekkingen. Op 10 januari 1992 opende het jongerencentrum onder de nieuwe naam Perron 55 de deuren. Het nieuwe jongerencentrum maakte een valse start en zou nooit een volwaardige opvolger van het OOC worden. In de jaren die volgenden traden er diverse bekende en minder bekende bands op en werd Perron 55 meerdere keren genomineerd voor een prijs in diverse categorieën. Met een goede programmering, een eetcafé, een filmhuis en oefenruimtes voor diverse bands leek het allemaal zo slecht nog niet maar Perron 55 is nooit echt geaccepteerd en dat kwam met name door de ligging.

Op 27 april 2014 was de laatste activiteit van Perron 55 en kort daarna sloot het definitief de deuren om plaats te maken voor het nieuwe poppodium Grenswerk aan de Peperstraat in de binnenstad van Venlo.

Grenswerk
Met de opening van Grenswerk kwam er een einde aan de roemruchte tijd van het OOC en Perron 55. Een periode van veel getouwtrek tussen generaties en tussen groepen jongeren en de bestuurders van de stad waarbij de jongeren af en toe de hakken stevig in de grond gezet hebben. Maar de vastberadenheid van de jongeren van toen heeft er toe geleid dat er in Venlo een bruisend en cultureel uitgaansleven ontstaan is waar plek is voor iedereen. Naast de maatschappelijk-sociale functie van het OOC en later Perron 55 hebben tal van vrijwilligers en bezoekers aan de wieg gestaan van o.a. het Zomerparkfeest, Filmhuis De Nieuwe Scène en poppodium Grenswerk. Vele bands hebben hun eerste stappen gezet in het muziekcollectief en zwermden daarna uit over de hele wereld. Het OOC en Perron 55 zijn een goede voedingsbodem gebleken voor een bloeiende jongerencultuur in Venlo. Nu nog steeds profiteert Venlo van wat deze jongeren tot stand hebben gebracht.

Tekst: Leon Vrijdag

Foto's: archieven bezoekers, archieven vrijwilligers

  1. Fransz Rombouts Reply

    Eindelijk op schrift het verhaal van de (ontstaans)geschiedenis van het OOC(OOC was overigens een werktitel, tot een echte naam is het ondanks alle suggesties destijds nooit gekomen).
    Over uitsluitend het ontstaan van het OOC is overigens al in 1981 een publicatie verschenen die echter maar een oplage had van 250 exemplaren.

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.