Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Nellie Ambaum: al ruim 80 jaar VVV-supporter

‘Als de sfeer vanuit het stadion in mijn woonkamer neerdaalt, kan ik wel janken’

Ze is één van de langst levende en ook één van de meest trouwe VVV-supporters. Samen met haar vader bezocht ze al op 3-jarige leeftijd wedstrijden van de Venlose voetbaltrots en binnenkort hoopt ze haar 85e verjaardag te vieren. En nog steeds heeft Nellie Ambaum een seizoenkaart. Echter.... ze gaat al jaren niet meer naar De Koel. Haar algehele gezondheid maar met name een fikse visuele handicap zijn er debet aan dat ze niet meer haar vaste stekkie in het stadion kan innemen. Toch verlengt ze nog ieder jaar trouw haar seizoenkaart. Als iemand echter vraagt of ze de kaart een keer mogen lenen, bijt ze de persoon in kwestie vinnig toe: "Koop maar je eigen kaartje. De club kan het geld goed gebruiken."

Het is de dag van de smadelijke 5-2 nederlaag tegen FC Dordrecht als Nellie Ambaum een paar uur voor de wedstrijd haar profetische woorden uitspreekt. "Soms spelen ze zo mat he. We winnen van de clubs die bovenaan staan, maar verliezen van de onderste. De spelers denken soms dat ze de overwinning al voor het eerste fluitsignaal binnen hebben. Maar denk nooit dat je zomaar iets cadeau krijgt in het leven. We zijn er nog lang niet." Bij VVV-Venlo weten ze inmiddels wat dit betekent. Als de ploeg van Maurice Steijn het een keertje faliekant laat afweten, rinkelt op maandagmorgen de telefoon in stadion De Koel en vertelt Nellie aan de medewerkers van de club hoe zij er over denkt. Dan geeft ze ongezouten haar mening over het spel. "Ja, ze kennen mij daar goed. Goedemorgen mevrouw Ambaum, zeggen ze dan vriendelijk en als ik vraag waar Steijn is, komt hij soms zelf aan de lijn en zeg ik tegen hem: u moet strenger zijn tegen de spelers. Ik hou van tempo in het spel. Aan det spek verdomme. Ze moeten sneller spelen."

Ondanks haar visuele handicap volgt ze het wel en wee van haar club namelijk nog op de voet. Nellie woont op een steenworp afstand van het stadion. Bij de thuiswedstrijden gaat het bovenraam een stukje open om sfeer te proeven en schakelt ze de radio aan om naar het verslag op Omroep Venlo te luisteren. Bij iedere goal springt ze luid schreeuwend en juichend op. De club zit nog steeds in haar hart. "Als voor de wedstrijd de lampen van het stadion aangaan en liedjes als ‘Er wordt een goal geboren’ of  ‘Hup Hup VVV’ vanuit De Koel in mijn woonkamer neerdalen, dan gaat mijn hart te keer. Dan komen de herinneringen en zing ik thuis mee. Maar tegelijkertijd kan ik wel janken. Ja, omdat ik er zelf niet meer bij kan zijn. Het gejuich van de mensen en de muziek. Dat is zo’n prachtig geluid he." Het is tekenend voor de onvoorwaardelijke liefde voor haar club. Met behulp van een grote loep leest ze soms nog de wedstrijdverslagen in de krant. "De ene keer gaat dat beter dan de andere. Die loep is echter onmisbaar voor mij en heb ik gekocht bij Prul. Haha. Dat zeg ik altijd. Hoe heet die zaak ook alweer? Oh ja Pearl. Daar werken goede jongens hoor. Ook allemaal echte VVV-supporters."

Al voor de tweede wereldoorlog bezocht ze haar eerste wedstrijd samen met haar vader. De man die zijn jonge dochter de passie voor het spel leerde, maar van wie ze ook al vroeg afscheid moest nemen. Bij de bombardementen op de stad in 1944 was hij één van de slachtoffers. "Ik was pas twaalf; een kind en nergens bang voor. Moeder moest ons naar binnen roepen als het luchtalarm klonk. Met mijn vader ging het helaas mis. Pas weken later hebben ze hem onder het puin gevonden. Verschrikkelijk." Ambaum heeft in die vele jaren dus alle hoogte- en dieptepunten van de club meegemaakt. Ze straalt tijdens het ophalen van alle herinneringen. Na het overlijden van haar vader, bezocht ze samen met haar moeder het stadion. "Toen mam 80 jaar werd, kreeg ze van de selectie een grote bos rozen. Dat is toch fantastisch. Ik heb alle topspelers uit het verleden nog meegemaakt: Gijs Nass, Faas Wilkes en Jan Klaassen natuurlijk. Dat was de leukste. Die hebben ze aan Feyenoord moeten verkopen, anders waren ze toen al failliet gegaan. Gelukkig kwam hij ook weer terug. En Herman Teeuwen; dat was de lolligste, maar tegelijkertijd een echte commandant."

Haar vaste plek was precies tussen kapelaan Leo Brueren en oud-voorzitter Jeu Sprengers in. "Jeu was een neef van mij. We hebben gouden tijden meegemaakt. Maar natuurlijk ook slechte. Na één van de degradaties zongen we met een aantal mensen gezamenlijk: ‘Ut is gedaon, ut is gedaon. Weej motte noow nao hoes toe gaon.’ Natuurlijk waren we verdrietig, maar we bleven zingen. Iedereen wist: de club moet weer opnieuw beginnen, maar we komen er ook weer bovenop. De sfeer was gemoedelijker. Toen kon nog alles. Als iemand jarig was namen we koffie en gebak mee. Onze plaatsen waren precies onder het hok van de cameraman en de commentator van de NOS. Mart Smeets en Tom Egbers zijn wel eens naar beneden gekomen. Smeets haalde zelf koffie, zag ons gebak en vroeg: mevrouw heeft u toevallig ook een bananensoes meegenomen? En dan schreeuwde de cameraman van boven uit dat hok: dat wil ik ook. En Tom Egbers. Die vroeg om Negerzoenen. Helaas zijn die tijden voorbij. Dat kan tegenwoordig allemaal niet meer. De laatste jaren kreeg ik van sommige medewerkers in het stadion nog niet eens meer unne goojendaag gewenst. Dit zijn de nieuwe tijden he. Maar er zijn ook nog steeds mensen die vragen: waar is mevrouw Ambaum gebleven. Ik ga nu een jaar of zeven niet meer, maar ze kennen mij nog steeds."

Iedereen op die voormalige eretribune – de huidige Z-tribune - kende Nelly. Al was dat vroeger niet altijd positief. "Ik schreeuwde volgens sommige mensen wel eens te hard en dan riepen ze naar mij: mins hald dien straöt ens! En dan riep ik terug: dan duisse dich maar watjes in die oëre asse dao neet taege kins. Ik ben wie ik ben, maar heb daardoor ook nergens vijanden." Aan trainers als Rob Baan, Frans Körver en Sef Vergoossen bewaart ze goede herinneringen. Over Jan Reker is ze minder positief. "Die mocht mij niet. Hij keek mij altijd zo vanuit de hoogte aan. Nee, dat vond ik geen fijne man. Een beetje een opschepper." Nelly gaf trainers in slechte tijdens ook wel eens advies om nieuwe spelers te kopen. "Dan kreeg ik als antwoord dat er geen geld was, maar dan zei ik: man, geef toch uit die poen. Wat moet ik met die Flarisse die er nu staan? Ja, dat mag ik zeggen; kan met iedereen goed omgaan. Dat heb ik van mijn vader. Nee, mijn moeder was anders. Tegen haar zei ik altijd: ga jij maar bij de elite staan."

En wat als VVV dan binnenkort kampioen wordt, gaat ze dat vieren? Nellie straalt uitbundig. "Ja natuurlijk. Dan haal ik champagne in huis, maar niet te veel. Ik heb last van suikerziekte en kan er niet meer zo goed tegen. Dat is slecht voor mijn hart. Maar proosten op de club zal ik altijd blijven doen."

[su_spacer]

Tekst: Rob Buchholz

Fotografie: Leon Vrijdag

  1. Thei Reply

    Zo ken ik nog wel een tante maar is pas geleden helaas gestorven.

Plaats een reactie

*