Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Marianne Lamberigts-Bonsel – Deel 2: De oorlog was voorbij, maar het geweld had diepe sporen achtergelaten

De hongerwinter in drie persoonlijke verhalen

Dit tweede deel van het verhaal van Marianne Lamberigts is tevens het slotstuk van de serie verhalen over Venlonaren die de hongerwinter 1944/1945 bewust hebben meegemaakt. Drie indrukwekkende, maar vooral persoonlijke herinneringen kwamen hier voorbij. Ieder had zijn eigen verhaal.

In dit laatste deel vertelt zij over de bevrijding, haar verblijf in Maastricht en de gebeurtenissen in Venlo die zich vanaf mei 1945 voordeden. Vanzelfsprekend komt net zoals in het eerste deel ook nu weer de brief van haar vader aan bod. In de brief die hij direct na het einde van de tweede wereldoorlog schreef, komen vele trieste momenten uit de hongerwinter voorbij.

LVF_020220150003

De Duitsers waarschuwen om vooral niet te plunderen

Beangstigend

Een van de meest angstige momenten die het gezin moest ervaren, was de dag dat ook de Klaasstraat gebombardeerd werd. “In korte tijd stond de Klaasstraat, de Klaaskerk, Zusterschool, Sint Martinuskerk en Broedersschool in lichter laaie. Het was beangstigend, aangezien er een sterke wind stond en het gevaar bestond dat de hele stad er aan zou gaan,” zo schrijft vader Bonsel in zijn brief van 15 mei 1945. Het resultaat was dat de hele binnenstad van Venlo in een grote puinhoop veranderde. Bovendien was er geen licht, water, gas en kolen meer. Hoewel het huis van het gezin zich inmiddels ook binnen de sperzone bevond, besloten vader, moeder, oma, plus kinderen en natuurlijk Fien toch te blijven en in de kelder te schuilen. “Maar dat duurde niet lang en werden we op een zaterdagmiddag door drie van die vuile rotmoffen uit ons huis verdreven,” aldus een quote uit de brief. Het gezin vindt tijdelijk onderdak in een kelder van het Thomascollege. Al voor het vertrek had Sander Bonsel besloten om zo veel mogelijk bezittingen onder de vloer te verbergen…… stel dat ze er nog eens terug zouden komen.

[su_spacer size=”10″]

Inwoners verlaten de stad

Inwoners verlaten de stad

Grote evacuatie

Inmiddels was Venlo in december 1944 frontstad geworden. Dit zorgde voor een extra dosis onrust. Het granaatvuur dat de Engelsen vanaf Blerick op de stad schoten om de Duitsers te verdrijven, zorgde voor nog meer schade. In december volgde de grote evacuatie. Vele Limburgers en dus ook Venlonaren werden gedwongen naar het Noorden te vertrekken. “Ja, ook onze trouwe Fien evacueerde met haar familie vanuit Limburg naar Groningen.” Hoe ellendig de mensen zich voelden blijkt wederom uit de brief van Mariannes vader. “Dikwijls waren wij jaloers op degenen die bij een bombardement omgekomen waren. Ons interesseerden de granaten en bommen niet meer. Het zou een verlossing zijn.” Ook Marianne Lamberigts en de rest van het gezin werden wederom gedwongen om te vertrekken. Gedurende twee maanden tot aan de bevrijding was een woning in de buurt van het klooster Nazareth in ’t Ven hun thuis van 17 januari tot begin maart.

[su_spacer size=”10″]

Voor zover mogelijk ging school gewoon door tijdens de oorlog

Voor zover mogelijk ging school gewoon door tijdens de oorlog

Murw gebeukt

Nadat de Amerikanen in maart 1945 vanuit Kaldenkerken Venlo binnentrokken, heerste er in Venlo echter geen grootse jubelstemming. Veel inwoners van de stad waren arm, hadden geen bezit en dus ook geen kleding. Het volk was murw gebeukt door het oorlogsgeweld. In de eigen woning van het gezin Bonsel bleken bijna alle bezittingen gestolen te zijn: het linnengoed, zilver, porselein, kleding, tapijten, schemerlampen, potten en pannen. Zelfs de klokken waren gestolen. “Je kunt je indenken dat we de moffen haten; dit is gedaan door de doodgewone Wehrmachtsoldaat die er zijn hysterisch wijf mee verrijkt,” zo schrijft vader Bonsel in de brief. De afkeer tegen de Duitsers zit begrijpelijkerwijs diep. De fysieke en psychische wonden zijn nog vers. Het belangrijkste is echter dat het gezin nog compleet is. Dit in tegenstelling tot vele andere Venlonaren die hun dierbaren verloren; vooral tijdens de hevige bombardementen en de gevolgen van de hongerwinter. Bovendien verbleven nog vele duizenden evacués in het Noorden; hoe graag ze ook naar huis wilden. Maar de stad was verwoest en een deel van Nederland was in maart 1945 nog niet bevrijd.

[su_spacer size=”10″]

De voormalige Rijks HBS in Venlo

De voormalige Rijks HBS in Venlo

Maastricht

Mariannes ouders gaan op het aanbod van een oom en tante uit Maastricht in om haar voor een tijdje in hun eigen huis op te nemen. Deze stad was eveneens bevrijd, maar beduidend minder gebombardeerd dan Venlo. Er waren vrachtwagens van het Rode Kruis die via een speciale route van Noord naar Zuid-Limburg reden. “Voor mijn oom en tante was het prachtig, “ zo herinnert Marianne Lamberigts zich. “Zij hadden zelf geen kinderen en hebben mij in die twee maanden echt heel goed verzorgd.” Een probleem was in eerste instantie het eten. Hoewel in Maastricht voldoende voedsel verkrijgbaar was, had de maag en fysieke gesteldheid van Marianne geleden. “Ik was het niet meer gewend om reguliere porties te eten. Mijn oom en tante hebben het echter prima opgebouwd zodat ik in Maastricht weer prima ben aangesterkt en er tevens een leuke tijd heb gehad zonder de ontberingen waar de mensen in Venlo mee te maken hadden.”

[su_spacer size=”10″]

Terug in Venlo

Vlak voor haar verjaardag op 10 mei 1945 keerde ze terug naar haar geboortestad. “Oom Charles uit Maastricht zei altijd: errem Vendelo. Tevens leerde ik om te zeggen: Venlo is een puinstad. Maar als kind zag ik dat natuurlijk anders. Ik was blij om terug te zijn en wij ook weer gewoon op straat konden spelen.”

Sander Bonsel voorspelt in zijn brief al dat de stad er zeker tien jaar voor nodig zal hebben om er weer boven op te komen. Terwijl hij weer les geeft op de Rijks HBS ziet hij hoe het regenwater door de kapotgeschoten daken de klaslokalen binnensijpelt. Leermiddelen, boeken en schriften waren er sowieso niet meer. De Venlonaren pakten hun leven weer op, maar iedereen moest van voor af aan beginnen. Huizen waren volledig of minimaal deels verwoest, kleding en voedsel waren nog schaars en geld was er eveneens niet. De oorlog was dan weliswaar voorbij, maar de sporen die het geweld had achtergelaten zaten diep. Het gezin besluit weer de woning op de Helbeek te betrekken. Een wijs besluit; de moeder van Marianne blijft er tot begin jaren 90 wonen. In dat huis met zijn eigen verhaal van een bijzonder gezin.

Fotografie: Leon Vrijdag
Tekst: Rob Buchholz

[su_spacer size=”10″]

[su_youtube_advanced url=”https://www.youtube.com/watch?v=PCvto-vcj8E” width=”400″ height=”260″]

[su_spacer size=”10″]

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.