Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Frans Boermans haalde inspiratie uit het gewone leven

Frans Boermans haalde inspiratie uit het gewone leven

‘Pap moest zijn vrije tijd stelen’

 Frans Boermans. Zijn naam lijkt tegenwoordig meer dan ooit te worden uitgesproken. En telkens als die naam te horen is, gaat dit gepaard met een gevoel van respect en trots. Ook voor nieuwe generaties is er geen ontkomen aan om het belang van deze veelzijdige en creatieve persoon in te zien. Zijn liedjes, teksten en revues zijn voor altijd aan de stad verbonden. Ook in 2018 krijgt Boermans nog steeds alle aandacht. Zo is op dit moment in het Jocusmuseum een tentoonstelling over zijn leven te zien. En op 3 februari verrijst in de Jodenstraat een beeld van deze Venlonaar van de Eeuw. Het zijn slechts enkele voorbeelden die zijn belangrijke rol voor de Venlose cultuur telkens weer opnieuw onderstrepen.

Boermans was eigenlijk een introverte man die niet bepaald gelukkig was met zijn levensloop als leraar. Tegen zijn vrouw Lottie zei hij ooit: “Als ik thuiskom van het werk begint mijn leven pas echt.” In eigen omgeving kwam zijn creatieve geest volledig tot bloei. Het was een opmerking die de ware gevoelens van deze creatieve geest perfect aantoont. Hij had meer passie voor acteren en schrijven dan voor zijn eigenlijke beroep. “Ik heb mijn vader beter leren kennen door alle teksten die hij geschreven heeft, dan door ons directe contact,” zo laat zoon Theu weten. Samen met zijn zus Lottie en broer Frans Junior kijkt hij terug op het leven van hun vader. De legendarische Frans Boermans.

Ouderlijk huis
De drie jongste kinderen Theu (1950), Frans junior (1951) en Lottie (1956) zitten gezamenlijk in de woonkamer van het ouderlijk huis aan de Burgemeester Bloemartsstraat. Het huis waar dochter Lottie tegenwoordig woont. Het huis waar ze met hun ouders en broer Loek en zus Marlie toch een prachtig leven leidden. Het is dan ook een ideale plek om herinneringen op te halen. Herinneringen aan een gesloten, vaak afstandelijke, doch geen strenge, maar wel een bezorgde vader die pas ging slapen als de laatste telg veilig thuis was. Lottie lacht: “Het is nu bijna niet meer voor te stellen, maar we hebben nog een korte periode in Neer gewoond. Pap zocht de rust van de natuur, maar ondertussen reed hij wel wekelijks naar Venlo om de Elsevier te kopen. Dat zegt genoeg.”

Taalspecialist
Vader Frans was een man die zijn echte passie vond in het schrijven van liedjes en de teksten voor een aantal Venlose revues. Lottie: “De mensen kwamen bij hem op bezoek. Hij ging zelf bijna nooit ergens naar toe. Pap stond niet graag in de belangstelling. Toch was hij altijd veel bezig; hij moest zijn eigen vrije tijd stelen. En als pap dan eindelijk echt vrij had, ging hij vissen. Om na te denken over zijn teksten en liedjes. Die kwamen juist dan tot ontwikkeling.” Theu knikt bij de uitleg van zijn jongere zus. “Hij was introvert, maar had wel een geweldige vorm van droge humor. En hij was een taalspecialist die echt van toneel kon genieten. Maar naar buiten treden? Nee, dat deed hij nauwelijks. Een prater was hij evenmin. Soms kwam hij er niet onder uit, bijvoorbeeld als hij weer eens een gelauwerd werd voor zijn culturele werk. Later hebben we veel samengewerkt. Toen ik jong was, botsten onze karakters vaak. Ik was rebels en opstandig. Pap was juist de man van tradities.” De goede band op latere leeftijd lag misschien ook wel aan het feit dat Theu succesvol werd met juist datgene wat vader Boermans zelf was misgelopen. Dat maakte hem trots. Zijn zoon vertrok wel naar de Randstad en werd onder andere een succesvol regisseur voor zowel theater- als tv-producties.

Geen gemakkelijke jeugd
De basis van zijn gesloten persoonlijkheid ligt onder andere in zijn allesbehalve makkelijke jeugd. Door de ziekte van moeder Boermans – zij leed aan TBC - moest Frans in 1924 al op 7-jarige leeftijd met zijn twee broers en twee zussen het ouderlijk huis verlaten. De vader kon naast het drukke werk de hectische en ongelukkige thuissituatie niet aan en bracht ieder kind bij een familielid onder. De strenge pleegouders van Frans (Oom Guus en Tante Tina) waren van mening dat een lerarenopleiding voor hem het beste was. Moeder Boermans stierf uiteindelijk in 1933. Frans bleef nog enige tijd bij zijn pleegouders wonen om de kweekschool af te ronden. Twee jaar later keerde hij terug naar huis. Ook persoonlijk leed - opgelopen tijdens de Tweede Wereldoorlog - tekende zijn karakter. In februari 1945 verloren hij en zijn vrouw namelijk hun drie maanden oude dochter Marijke door een mysterieuze ziekte waaraan meer kinderen op de kinderafdeling van het ziekenhuis in Tegelen in die dagen overleden. Boermans nam het zichzelf kwalijk omdat ze mogelijk besmet was geraakt en beter bij het onderduikadres in Sevenum had kunnen blijven. Meer leed volgde snel want een week later overleed vader Boermans in Weert, waar hij bij familie woonde. Het bleken levensgebeurtenissen te zijn die bepalend waren voor zowel zijn carrière als zijn levensvreugde.

Lot
Volgens Theu was het hoogstwaarschijnlijk bevredigender geweest als hij van zijn talent zijn werk had kunnen maken. Aan artistiek talent had hij namelijk geen gebrek. Maar het lot bepaalde anders. Zijn pleegouders zagen het toneel niet zitten. Frans moest en zou de kweekschool volgen. Dezelfde opleiding die ook zij gevolgd hadden. Met het geld dat hij al op jonge leeftijd als leraar verdiende moest hij vervolgens het gezin onderhouden want vader was inmiddels werkloos. Later werd Frans Boermans verliefd op zijn toekomstige vrouw Lottie. In haar vond hij de bescherming en houvast die hij als kind en tiener zozeer gemist had.

Sef Cornet
Boermans werd leraar op de Huishoudschool. De ware passie bleef echter liggen bij het acteren en schrijven. Deze passie was in de jaren 30 al tot bloei gekomen door zijn deelname aan de revues van Sef en Mathieu Cornet plus zijn optredens tijdens zittingsavonden van Jocus. Juist in die werelden voelde Boermans zich thuis. Bovendien kreeg hij tijdens die momenten ook de dosis waardering die hij thuis miste. En door de samenwerking met zijn grote voorbeeld Sef Cornet leerde hij ook veel belangrijke lessen over toneel en kunst. Theu: “Toch moet pap zich op diverse momenten in zijn leven heel eenzaam hebben gevoeld. Het mooie gezin dat hij later kreeg, maar ook de vele positieve aandacht voor zijn liedjes en revues waren niet voldoende. Het pijnlijke verleden bleef hem achtervolgen. Het was een deel van hem geworden en hij heeft het nooit definitief verwerkt of afgesloten. In zijn jonge jaren liep het leven nog naar wens. De ziekte van zijn moeder en de Tweede Wereldoorlog veranderde alles.”

Curaçao
Tweemaal kwam Frans Boermans creatieve geest openlijk tot bloei. Het waren beide keren momenten die het begin bleken te zijn voor culturele successen. De eerste keer na de terugkeer in juni 1950 uit Curaçao. Want ondanks een positief begin bleek toch snel al dat hij het verleden met zich meedroeg. Boermans kreeg er zijn draai niet en werd zelfs overspannen. Het verlangen naar een ander leven bleef. Ook op het eiland wist hij het ware geluk niet te vinden. Na twee jaar op Curaçao keerde het gezin alweer terug naar het eigen Venlo.

Liedjes over levenswijsheden
Amper vier maanden na die thuiskomst viel Boermans voor de eerste keer in de prijzen tijdens de liedjesavond van Jocus met de liedjes ’t Fleske en De Twieë Einzame. Het schrijven van liedjes bleek in de jaren vijftig en zestig voor hem een echte uitlaatklep te zijn. De Wuilus, Koëba, ‘t Fuëlke, D’n Ober. Boermans reeg de ene klassieker na de andere aan elkaar. Het merendeel van deze liedjes schreef hij samen met zijn zwager Thuur Luxembourg. Inspiratie voor de teksten haalde Boermans uit gewone dagelijkse dingen. Uit het normale leven. Zijn liedjes gingen over de liefde, levenswijsheden, drank en uitgaan of gewoon over onzinnige zaken. Zelden gingen ze over de Vastelaovend zelf.  “Ook haalde pap inspiratie uit Venlose spreekwoorden," zo weet Frans junior zich te herinneren. “Maar heel precies wisten wij het nooit. Hij sprak er eigenlijk niet veel over. Wel speelde hij de liedjes voor op de piano en als we dan ons enthousiasme lieten horen, zag je hem inwendig genieten. Ja, eigenlijk was pap heel onzeker. Ook kon hij moeilijk tegen kritiek.”

Kritiek
Toen er eind jaren zeventig enige kritiek kwam op zijn liedjes, moet dat de ervaren schrijver pijn hebben gedaan. Het zou ‘te veel van hetzelfde’ zijn en tijdens die periode liepen bezoekers van Jocus’ liedjesavond ook wel eens boos de zaal uit. Waarschijnlijk had het ook met afgunst te maken omdat steeds dezelfde zanger (de recent overleden Wiel Vestjens) met de eer ging strijken. De jury koos steevast voor het herkenbare repertoire van Boermans en de zanger Wiel Vestjens; het publiek wilde wel eens iemand anders horen. Het mag nu misschien vreemd klinken, maar het gebeurde zelfs toen het liedje Marieke en zienen Huzaar in het seizoen 1978/1979 in de prijzen viel. Een deel van het publiek pruimde dat nummer niet, met name de jongere garde die een grote supportersschare mee had genomen om ook eens in de prijzen te kunnen vallen (ze noemden het liedje ‘militaristisch’ ). Anno 2018 schraapt menig Venlonaar alleen al bij het horen van het intro de keel om deze klassieker woord voor woord mee te galderen. Ook is kritiek op Wiel Vestjens nu bijna niet meer voor te stellen. Zijn ongekend rijke oeuvre heeft hem een unieke positie binnen de Venlose cultuur gegeven. Over de opkomst van nieuwe schrijvers en andere geluiden zei Boermans toen: “Liedjes maken is een ambacht die veel jongeren nog moeten leren. Het gaat vaak om de eenvoud zodat iedereen het direct mee kan zingen. Tussen twee regels door moet je eigenlijk een slok bier kunnen drinken.” Lottie zegt daarover: “Door juist over dagelijkse zaken te schrijven wilde pap niemand kwetsen. Zijn kolderliedjes als Tiederie, Twieë bein of Ik heb genne sleutel waren daarom juist zo geliefd. Hij leerde de mensen naar hun eigen leven te kijken. Ook gebruikte hij de nodige zelfspot. Hij stopte veel van zijn eigen leven in de teksten.”

Behalve zijn liedjes vond de artistieke Boermans nog twee manieren om zijn creativiteit verder tot leven te brengen. In weekblad De Brug kreeg hij een wekelijkse humoristische rubriek als de journalist Leike Griffel. Daarnaast schreef hij de teksten van De Straotzengers. Een formatie waar ook de broers Sjraar en Piet Peetjens onderdeel van waren. In dezelfde periode - eind jaren zestig-besloten ook De Straotzengers afscheid van het podium te nemen. Later werd door Vaat 11 deze vorm van muzikale satire overgenomen; ook hiervoor schreef Boermans teksten.

In de tweede helft van de jaren zeventig begon een nieuwe bloeiperiode voor Boermans. Daarover meer in deel twee van dit tweeluik.

[su_spacer]

Tekst: Rob Buchholz

Fotografie: Leon Vrijdag,  " 't Theater van 't laeve "

bronnen
Adri Gorissen - ’T theater van ’t laeve
Finbar van der Veen - Det is Venloos roem

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.