Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Feel the 50’s in Venlo

Deel 3: ‘Die Elvis Presley vond ik toen maar unne pias

In dit derde en laatste deel over het (uitgaans)leven in Venlo tijdens de jaren 50 haalt Jos Wolff herinneringen op over de electrozaak van zijn vader die eerst op de Lomstraat en later in de Klaasstraat gevestigd was. Tevens vertelt hij over zijn leven in dat decennium. Hij maakte bewust de Tweede Wereldoorlog mee, zag hoe de Venlonaren in die eerste jaren daarna probeerden om zo goed en kwaad mogelijk te overleven. Maar merkte tevens hoe in de tweede helft van de jaren 50 de welvaart toenam en het leven langzaamaan veranderde.

LVF_081520150002 (2)Jos Wolff zag als jonge tiener hoe Venlo in het najaar van 1944 kapot gebombardeerd werd. De wederopbouw had tijd nodig en bood de bevolking, maar zeker ook de nieuwe generatie weinig tot geen mogelijkheden tot vertier. “De Klaaskerk was weg, de Sint Martinuskerk lag in puin en er waren nauwelijks voldoende schoolgebouwen. Het hele systeem lag op zijn gat. Het enige dat wij in die eerste jaren hadden was de kermis, Vastelaovend en later nog wedstrijden VVV aan De Kraal. Ja, en dan was er natuurlijk ook de bioscoop, maar daar draaiden regelmatig films voor boven de 18. Daar mocht niet iedereen naar toe. In de loop van de jaren 50 veranderde dat. De mensen gingen naar de cafés of dansen bij Jeanne van Rooy.”

Beste kastelein

Wolff herinnert zich dat bijna over de hele Parade kroegen gevestigd waren. Deur na deur. Vaak had ieder café daarbij zijn eigen groepen. “De oudere generatie was bij De Witte te vinden; wij kwamen zelf vaak bij Trocadero. Meestal op vrijdag- en zaterdagavond. Daar troffen wij eigenlijk altijd dezelfde bekenden. Later wandelden wij ook wel eens bij De Betskes naar binnen. Wat er toen gedronken werd? Wij mannen LVF_081520150001 (2)natuurlijk gewoon bier en de dames meestal een citroentje met suiker.” De beste kastelein die Jos Wolff ooit meemaakte was Hay van Poppel van het gelijknamige café. “Dat was een chique zaak. Alles was perfect. Hay lette op ieder detail: hoe het papier om het voetje van het glas bevestigd was, het logo van het biermerk draaide hij keurig naar de betreffende gast toe. Nee, aan zijn presentatie mankeerde niets.” Als Wolff met zijn vrienden de nodige glazen bier gedronken had, trokken ze vlak voor sluitingstijd nog naar het Nationaal. “Nee, niet om te dansen. Daar moest ik niets van hebben. Maar natuurlijk wel om te kijken of je nog een meisje naar huis kon brengen. De dames hadden zich daar de hele avond zitten vervelen. Ze wisten dat wij tegen sluitingstijd zouden komen. Ja, met de tesse vol. De portier wilde ons dan toch telkens weer voor dat laatste half uurtje het volledige entreegeld van één of twee kwartjes laten betalen. Dan speelden wij met de hele groep een spel met hem zodat er altijd een aantal gratis naar binnen wisten te sluipen. En ja, ik heb vaak een leuke dame naar huis gebracht.”

[su_spacer size=”10″]

LVF_081620150003Filmsterren

Het tijdperk van Rock ’n Roll ging grotendeels aan Wolff voorbij. “Die Elvis Presley vond ik toen maar unne pias. Pas veel later kreeg ik waardering voor zijn muziek want eigenlijk was hij gewoon een groot kunstenaar. Ik hield meer van melodieuze muziek. Ja, de Nederlands- of Duitstalige hits van toen spraken mij veel meer aan. Maar in de latere jaren 50 zag ik wel dat jongeren uit Venlo dansten op de nieuwe muziekstijlen uit Engeland en Amerika. Ook liepen er toen dames in petticoat rond en jongens met bakkebaarden.” Een ander kenmerk uit dat decennium is natuurlijk de typische Amerikaanse film. Wolff zag er in zijn latere tienerjaren velen. “Er draaiden vaak Westernfilms in de Scala, maar eigenlijk gingen we vooral vanwege een bepaalde acteur of actrice. Het was het tijdperk van de grote Hollywoodsterren als Clark Gable of Greta Garbo”

Groeiende welvaart

Gedurende die latere jaren vijftig nam de welvaart steeds verder toe. “De mensen hadden steeds meer te besteden. Ze kochten een auto, tv, wasmachines of gingen steeds verder weg op vakantie. Ik kan mij nog een bepaalde kermis herinneren. Ooit een groot feest in de stad. Op maandag en dinsdag had dan iedereen vrij. Tijdens één van die kermissen in de latere jaren vijftig liepen wij traditiegetrouw rond twee uur naar het café. Er was bijna niemand. Wij keken elkaar aan en zeiden: waar is iedereen? Op een bankje zaten drie of vier wat oudere heren. Die begonnen te lachen. ‘Jonges, de minse komme neet mier; ut is taegewoordig idderen daag kermis in de stad.’ Ze hadden natuurlijk gelijk. En je ziet het tegenwoordig ook. De mensen hebben steeds meer te kiezen. Ieder weekend zijn er meerdere festivals of activiteiten. Dat gaat ten koste van andere zaken. Het bestedingspatroon is veranderd. Mensen gaan de laatste jaren ook steeds vaker uit eten. Als je vroeger eten haalde bij de frietkraam of de Chinees dan at je in principe al buiten de deur. Dat was toen bijzonder.”

Winkeliers

De toenemende welvaart had tevens gevolgen voor de winkel van de familie Wolff. Het pand op de Lomstraat was te klein geworden. Daar was de zaak voorheen gevestigd naast café De Gouden Tijger. Vader Victor Wolff vond een nieuw pand in de Klaasstraat. “De mensen kochten steeds vaker nieuwe apparatuur. Bovendien boden de nieuwste technieken ook steeds meer mogelijkheden. Daardoor werd alles veel groter. Dat nieuwe pand was echt nodig. Wij moesten meegroeien. Maar je merkte het eind jaren 50 overal in de binnenstad. Toen stonden er geen winkels leeg. En de mensen waren trouw. Er bestond een soort gentlemen’s agreement tussen diverse winkeliers: als jij bij mij koopt, dan koop ik bij jou. En de winkeliers waren natuurlijk bijna allemaal mensen uit de binnenstad waar generatie op generatie trouw aan was. Als ik bij Lina nieuwe kleren ging kopen dan wist mijnheer Lina precies welk merk blouse of welke maat hij voor mij moest uitzoeken. Had ik nieuwe sokken nodig, dan pakte hij de juiste kleur en maat. Zo wist hij dat van alle klanten. Later is dat trouwe gedrag van de klant helaas veranderd. Zeker vanaf de jaren 80. Van dat herenakkoord was weinig meer over. Niets was meer vanzelfsprekend.”

Chinees meisje

Net zoals de heren uit de eerste twee delen over de jaren 50 genoot Wolff ook volop van de Vastelaovend. “De voorpret begon al in december als moeder met haar krenske nieuwe kostuums ging maken. In de weken voor de Vastelaovend zelf waren er zoveel voorbals. Dan was het vaak feest in Venlo. Voor het T&A (Techniek & Ambacht) bal moest je echt iemand kennen om binnen te komen. Alle 1500 kaarten waren in recordtempo uitverkocht. Er was zoveel meer. Hermeniebal, VVV-bal, VHC-bal, Prinsenbal, Alde Wieverbal.” Voor dat laatste feest vroeg Wolff ooit een Chinees meisje mee dat werkte bij Jung An; het eerste Chinese restaurant in de stad. “Ik had haar gevraagd of zij een echt Chinees kostuum voor mij kon regelen. Als dank beloofde ik haar mee te nemen en zou ook zij in traditionele kleding naar het bal gaan. Ik heb dat kostuum die avond van het Alde Wieverbal nooit gedragen, ging met vrienden de stad, werd dronken en heb haar laten zitten. Na een hele tijd durfde ik pas weer bij Jung An te komen. Toen werkte zij er niet meer. Een aantal jaren later was ik voor zaken in Amsterdam. Het was een bloedhete zomerse dag. Op de Nieuwe Dijk zag ik een Chinees restaurant, liep er naar binnen en zei: doe mij twee tonic en liep direct door naar de wc. Toen ik terug de zaak in liep, schreeuwde plotseling iemand naar mij: ‘Jij krijgt geen Tonic! Wegwezen!’ Het was dat meisje van Jung An. Ik wist niet waar ik moest kijken en schaamde mij diep. ‘Tot elf uur heb ik toen op je zitten wachten’, beet ze mij terecht toe. Stamelend bood ik haar mijn excuses aan en ik wist niet wat te zeggen. Uiteindelijk zag ze hoe zeer ik mij schaamde en ik kreeg toch mijn twee tonics.”

[su_spacer size=”20″]

Tekst: Rob Buchholz

Fotografie: Leon Vrijdag

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.