Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Faatse: Geer van der Veer

Deel 1: ‘De vroege dood van mijn vader heb ik nooit goed verwerkt en is mij mijn hele leven bijgebleven’

Bij Venloos Verleden gaan we iets nieuws beginnen. Er lopen in onze stad veel bijzondere en kleurrijke persoonlijkheden rond die een verhaal te vertellen hebben. Zij hebben een levensverhaal te vertellen dat voor velen nog onbekend is. Als makers van deze site willen wij die mensen in de spotlights zetten en op fraaie wijze portretteren: in woord en beeld. Omdat in deze rubriek telkens één persoon centraal staat, is er als titel voor deze rubriek gekozen voor het typische Venlose begrip Faatse. Een eenling die zich presenteert aan het publiek.

LVF_062720150004Hoe kunnen we deze nieuwe serie beter beginnen dan met één van de meest bekende inwoners van de Venlose binnenstad: Geer van der Veer. In deze serie vertelt hij over zijn leven. Alles komt daarbij aan bod. Het vroege overlijden van zijn vader, het creatieve talent, zijn opvallende uiterlijk, de zakelijke voor- en tegenspoed, maar ook het gezin en zijn manier om van het leven te genieten en natuurlijk de Schinkemerret. Welkom in de wereld van Geer van der Veer!

Imago

Al op de zesde klas van de lagere school werd de inmiddels 82-jarige Van der Veer getest: een creatief en ondernemend type zo luidde het oordeel. “Mijn moeder wist dat. Ik heb het van haar. Ook zij heeft gevoel voor kleuren. Haha, ja dat zie je nu nog dagelijks terug in mijn kleding. Prachtig toch.  Hoe ik dat imago verder ontwikkeld heb? Het idee voor de bakkebaarden stamt uit 1968. In verband met het 625-jarig jubileum van de stad organiseerde wij als Gulde Schinkegilde (winkeliers van Jodenstraat en Kwartelenmarkt) een aantal activiteiten. Een onderdeel daarvan was dat wij als ondernemers de baard lieten groeien en dat deze op een zomeravond zou worden afgeschoren. En deze jongen dacht bij zichzelf: niks ervan. Ik laat het staan. Ook de knickerbocker die ik dagelijks draag, stamt uit die periode. Die volledige klederdracht heb ik mij zelf in al die jaren eigen gemaakt. Ik wilde anders dan andere mensen zijn.” Dat mensen juist daarom soms vreemd naar hem kijken, deert hem niet. Geer wil vooral vrolijk zijn, van het leven genieten maar vooral mezelf blijven. “Ik zou nooit een Bobo kunnen zijn want ik ben gewoon mezelf gebleven en kan daarom ook met iedereen goed omgaan: van de wc-juffrouw tot aan de directeur. Ik ga met iedereen hetzelfde om. ” Van der Veer trekt met zijn opvallende uitstraling ook veel bekijks van toeristen.LVF_062720150003 “Zeker drie a vier keer per week willen mensen met mij op de foto.” Als hij met zijn vrouw Jeanne over het Vrijthof in Maastricht wandelt, klinkt het van diverse kanten: daar loopt Geer van der Veer. “De mensen herkennen mij overal.”

Tweede Wereldoorlog

Het was dus al vroeg duidelijk dat van der Veer een creatieve en uitzonderlijk kind was. Hoewel Geer op 1 maart 1933 in de 2e Graaf van Loonstraat te Blerick (toen nog Gemeente Maasbree) werd geboren, groeide hij op in de Heutzstraat. “Mijn opa overleed toen ik twee jaar oud was en moeder wilde niet dat oma alleen in dat grote huis bleef wonen.” Op de Heutzstraat kende de familie van der Veer (oma, beide ouders en de drie kinderen) een rustige tijd en woonde daar ook grotendeels tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor hem als kind vooral een spannende tijd. Alleen vanaf het moment dat in het najaar van 1944 de bombardementen op Venlo begonnen, ervoer ook hij als kind de negatieve kanten van deze vreselijke periode. “Tijdens die eerste jaren mochten wij altijd buiten spelen en namen dan een kijkje bij de tanks van de Duitsers. Die waren tegen ons heel vriendelijk. Wij vonden het vooral allemaal bijzonder spannend. Tijdens de Hongerwinter moesten ook wij evacueren en vluchten wij door de sneeuw naar Kaldenkerken. Wij belanden gelukkig in een reguliere personentrein, maar daarin was het natuurlijk stervenskoud. Gelukkig was mijn vader bijzonder handig, kroop onder de trein en repareerde de verwarming. Het doel van onze reis was Duurswoude, vlakbij Heerenveen. Daar zijn we ongeveer vier maanden gebleven.”

Overlijden van vader

Vrij snel na de Tweede Wereldoorlog kreeg de familie van der Veer een flinke klap te verwerken. “Ik vond mijn vader dood in huis. Hij is gestorven aan een hartaanval. Ik was amper dertien jaar, de oudste van de drie kinderen en er vanaf dat moment dus de man in huis. Die klap heb ik nooit goed verwerkt en is mij mijn hele leven bijgebleven. Hij was de man die ik zo vaak nodig had. Hij zou mij in alles gesteund hebben, maar het heeft helaas niet zo mogen zijn, maar ik weet dat hij vreselijk trots zou zijn geweest als hij kon zien wat ik allemaal bereikt heb. Hij kwam oorspronkelijk uit Amersfoort en daarom spraken wij thuis ABN. Hij werkte als voorman bij de NS, maar was tevens scheidsrechter bij de KNVB. In die hoedanigheid hield hij lezingen over voetbal door heel Noord-Limburg en dan liepen de zalen vol. De mensen hadden veel ontzag voor hem. Dat hij ABN sprak had daar zeker mee te maken. Bijna iedereen sprak gewoon dialect in die tijd.”

Venloos etaleertalent in Zuid-Limburg

Ondanks de zware klap pakte het gezin het leven in de woning aan de Heutzstraat na de dood van vader de draad weer op. Als 16-jarige jongen startte Geer met etaleren. Tot zijn dertigste bleef hij thuis wonen. “Ik startte als etaleur bij Raming in Venlo. Dat was voor mij een geweldige leerschool. Hoewel het een vak is dat je niet kunt leren. Je hebt het of je hebt het niet. De baas bij Raming had snel door dat ik het vak van etaleur wel in de vingers had.” Na zijn periode in dienst keerde van der Veer terug bij Raming, maar al snel kreeg hij de kans op een nog betere baan in Sittard. Geer lacht als hij daar aan terug denkt. “Haha, ja bij mijnheer Hermans. Een textielwinkel. Daar veroorzaakte ik een bom. Het was een winkel met statige en keurige etalages. En toen kwam deze jongen en die veranderde alles. Het zal niemand vreemd in de oren klinken dat ze dat Venlose etaleertalent weer direct wilden elimineren.” Gelukkig kon van der Veer direct daarna starten bij V&D in Heerlen om een proefetalage te maken. Daar kreeg hij bij aankomst direct een duidelijke boodschap te horen. “Jij bent zo ongeveer nummer 30 die aan deze klus begint. Probeer jij er maar eens iets moois van te maken. Succes” Het was de taak van Geer om de potten en pannen zo aantrekkelijk mogelijk te etaleren. “Ik vroeg direct of er soms ook een decoratieafdeling was. De mensen van V&D keken mij raar en vragend aan. Ik vertelde hun dat ik het anders dan anderen wilde doen. Ik kreeg het decoratiemateriaal, maakte een spraakmakende etalage en werd aangenomen. Bij thuiskomst was mijn moeder natuurlijk apetrots. Maar ik had een vaste baan. Het enige nadeel was dat ik iedere dag naar Heerlen moest reizen.”

Van der Veer werkte een tijdje bij het warenhuis en kreeg de verantwoording over vele etalages en showopstellingen in de zaak. “Mot dae Venlose det weer doon,” zo werd er dan soms door anderen enigszins geïrriteerd gezegd. “Later mocht ik zelfs de hele lingeriekast opnieuw vorm geven.  Maar daar waren anderen weer jaloers op en daarom ben ik er uiteindelijk vertrokken. Terug naar Venlo. Dat was niet erg. Ik wilde sowieso niet in Heerlen wonen.”

In het volgende deel vertelt Geer van der Veer over de start van zijn eigen zaak in Venlo, de ontmoeting met zijn vrouw Jeanne en waarom hij nooit Prins Carnaval is geworden.

[su_spacer size=”20″]

Tekst: Rob Buchholz

Fotografie: Leon Vrijdag

[su_spacer size=”20″]

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.