Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Dubbelportret van Dick & René Evers

Deel 1: “Jij weet nog steeds niet wat je wilt worden,” aldus René tegen Dick.          

Twee broers. Beiden bekend in Venlo. Maar ook allebei redelijk verschillend. Zowel in hun carrière als in hun persoonlijke wereld. Waar Dick Evers (64) bekend staat als de extravagante, uitgesproken en opvallende persoonlijkheid daar is zijn jongere broer René (58) meer ingetogen en iemand die minder snel de schijnwerpers opzoekt. De makers van Venloos Verleden kregen de kans om via een dubbel interview meer over beide heren te weten te komen. Over hun jeugd, hun zakelijke successen en hun visie over elkaar.

Beiden groeiden op in de Venlose binnenstad en woonden onder andere op de Goltziusstraat. Dick maakte als tiener de roerige jaren zestig bewust mee. Een periode die hem gevormd heeft tot de kleurrijke en artistieke persoonlijkheid zoals iedereen hem nu al decennia lang kent. Hij lacht: “Nee, ik was zeker geen gemakkelijke jongen in die provotijd. Onze oudste broer Hans kon heel goed leren, die is dan ook hoogleraar Gynaecologie en Obstetrie

geworden. Ik was echter al vrij snel met kunst en andere artistieke uitingen bezig. Ja, daar hoorde ook schoppen tegen de maatschappij bij. Op de LTS maakten wij bijvoorbeeld rookbommen. Nee, eigenlijk had ik toen geen idee wat ik precies wilde worden.” René hoort het betoog van zijn broer aan en lacht: “Dat weet je nu nog steeds niet.”

De artistieke Evers weet ook wel dat er meer oorzaken waren. “Ik was tevens dyslectisch, had vaak problemen met diverse vormen van gezag en werd daardoor steeds meer een rebel. Bovendien ging ik wel eens om met andere creatieve geesten als Sef Derkx en Eric Toebosch. Nou, dan weet je wel hoe laat het was. Met een aantal klasgenoten hebben we in die jaren nog wel eens een leraar aan zijn voeten vastgepakt en uit de raam gehangen. Ach, ik zeg altijd maar: ik heb een hoger EQ dan een IQ. Maar daarvoor was in die tijd totaal geen aandacht.” Tijdens zijn periode op de MTS droeg Dick lang haar en werd daar – bijna vanzelfsprekend - ook een keer geschorst en uiteindelijk ook van school verwijderd. “Mijn ouders wisten van niks. Die waren in de veronderstelling dat ik  naar school was, maar ondertussen zat ik gewoon in het café van de Venlonazaal. Tot het moment dat ik een keer thuiskwam en onze tante An daar op mij zat te wachten. Toen wist ik direct: dit is foute boel. Dat was een fantastische, maar zeer strenge vrouw en als een soort tweede moeder voor mij. Er was een brief van de schooldirecteur bezorgd en tante An ontfermde zich vanaf dat moment over mij. Wel met alle goede bedoelingen.”

Dick ging van school en trad in dienst bij de Drugstore van Marius en Bartels. Dit was een winkel onder aan de Vleesstraat waar een succesvol shop-in-the-shop formule werd toegepast. “In die tijd waren posters met filmsterren, pop-art kunst en muzikanten heel populair. Ik regelde de inkoop en bestelde onder andere afbeeldingen van Che Guevara, maar ook posters met teksten van de uiterst linkse politieke partij PSP. Dat werd helaas allemaal niet op waarde geschat.” Gelukkig was daar wederom tante An die de helpende hand toestak en er mede voor zorgde dat de toen 16-jarige Dick op de Kunstacademie in Eindhoven werd aangenomen. Ook daar kreeg hij het voor elkaar om zijn docenten tot wanhoop te drijven. “De activiteiten van Dick zijn ons volkomen onduidelijk?” zo kreeg hij al snel te horen. Dick lacht. “Ik was niet de enige. Diverse van mijn medestudenten waren toen net zo recalcitrant als ik. Na een jaar zijn we met 40 studenten naar de Kunstacademie van Enschede vertrokken. Dat was het een prachtige opleiding die mij voor een groot gedeelte gevormd heeft.

De zes jaar jongere René kreeg weinig mee van de fratsen die zijn broer uithaalde.  “Ja hij was ouder, dus keek ik automatisch tegen hem op. Soms stond er een foto van hem in de krant omdat hij ook wel eens als DJ werkte. Veel Venlonaren gingen dan naar de locatie waar hij plaatjes draaide. Dat vond ik wel interessant, maar verder…. Nee, ieder had zijn eigen leven. Ja, ze namen mij soms mee naar discotheek Boogaloo op de Picardie. Want eigenlijk was ik nog te jong, maar dankzij Dick en zijn vrienden kwam ik toch binnen.” De meer introverte René doorliep dan ook met minder turbulentie dan Dick zijn schoolcarrière. Van de Willibrordusschool stapte hij over naar het Thomascollege en had daar al snel een droom voor ogen. “Ja, ik wilde dolgraag sportleraar worden. Onze oudste broer Hans had ook op het Thomas (Gymnasium) gezeten en behaalde daar geweldig goede cijfers. Daarom had ik bij veel docenten een streepje voor. Hans was een voorbeeld voor de hele school. Iedereen kende hem. Wel drie keer per dag kreeg ik de vraag: ben jij een broer van Hans? Ook dat streelde mij. Ik was terecht trots op hem.”

Toch verliep niet alles naar wens voor René. Helaas voor hem werd hij bij de Sportacademie uitgeloot. “Een goede vriend, Loek Zeelen, lukte het wel. Zijn vader was toen voorzitter van de KNZB en hij wist voor mij toen een plekje te regelen op het CIOS in Sittard, maar juist toen lag ik even dwars, wilde persé naar de Sportacademie en dus wachten op mijn volgende kans. Maar mijn vader zei: jij gaat niet een jaar niks doen. Toen ik hoorde dat er de mogelijkheid bestond om met een CIOS diploma eenvoudig in te stromen, koos ik toch voor die opleiding. Maar… uiteindelijk ben ik nooit meer op de Sportacademie terecht gekomen. Hoe dat is gekomen? Ik wist snel carrière te maken. Ten eerste had ik tijdens die studententijd in Sittard altijd goed geld verdiend dankzij diverse baantjes in de horeca. Maar in de periode dat ik slaagde voor het CIOS bestonden er nog geen sportscholen. Ik had destijds een proefschrift geschreven met daarin mijn visie over sporten in de vrije tijd. Denk aan tennis, squash, zwemmen. Dat proefschrift werd enorm goed ontvangen. Daardoor kreeg ik al snel een baantje aangeboden en werd masseur bij sauna Dennenmarken in Roermond, maar tevens tennisleraar. Zo kon ik zelf bepalen aan welke mensen ik les gaf en dat beviel mij uitstekend.”

In de periode dat René als eigen baas begon was tennis nog echt een elitesport. “Ik droeg een wit pak met daarop een embleem van mijn eigen bedrijf. Dat was nieuw voor deze omgeving en dit maakte dus veel indruk bij de mensen. Het was een fantastische tijd. Soms werkte ik wel 50 uur in de week, verdiende met tennislessen drie tientjes per uur en kreeg kleding van mijn sponsor. Bovendien woonde ik toen bij mijn ouders, dus leefde als God in Frankrijk. Als mijn jeugdspelers succesvol waren op toernooien dan werd ik vervolgens door steeds meer mensen gevraagd. Ja, dat was een gouden tijd. In de wintermaanden werd ik vervolgens weer bij de tennishal ingepland.”

Van het een kwam - zoals zo vaak - het ander en door al zijn werkzaamheden in de plaatselijke tenniswereld kreeg hij de vraag om de horeca in de Schaapskooi te gaan verzorgen. “In combinatie met het organiseren van tennistoernooien kon ik mij daar prima in vinden. Ik had alles in eigen hand. Lessen, toernooien organiseren plus horeca. Dat heb ik van begin jaren 80 tot medio 1985 gedaan.”

In het tweede en laatste deel van dit dubbelportret vertellen Dick & René over de veranderingen in hun carrière en hoe zij nu allebei op verschillende manieren bij diverse zakelijke projecten betrokken zijn.

[su_spacer]

Tekst: Rob Buchholz

Fotografie: Leon Vrijdag

[su_spacer]

  1. Desirée Thissen Reply

    Leuk om eens in de befaamde hoofdjes te kijken

Laat een reactie achter op Desirée Thissen Reactie annuleren

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.