Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

De Maas slaat toe – watersnoodramp 1993

Venlo heeft door zijn ligging aan de Maas al vele malen te maken gehad met overstromingen maar in december 1993 maakte ‘Mooder Maas’ het wel heel erg bont toen de rivier weer eens buiten de oevers trad. De hoogste waterstand sinds 1926 werd in recordtempo bereikt en al snel werd duidelijke dat voor de getroffen bewoners de kerstdagen letterlijk in het water vielen.

De overvloedige regenval in het gehele stroomgebied van de Maas eind 1993 zorgt ervoor dat het water langzaam stijgt. In het begin maakt niemand zich zorgen. De Venlonaar heeft dit in het bestaan van de stad al vele malen meegemaakt. Maar als enkele dagen voor kerst het ramp peil van 1926 bereikt wordt beginnen de inwoners en de overheden zich toch ernstig zorgen te maken. In Venlo komt een rampenteam bijeen in een bunker van de brandweerkazerne om te vergaderen over de voorbereidingen. De noodklok wordt geluid en militaire bijstand wordt alvast aangevraagd. De inwoners van de stad slepen zandzakken aan om hun woningen, winkels en bedrijven te beschermen tegen het wassende water van de Maas. Gemeenschapshuizen en andere opvangcentra worden in gereedheid gebracht. Uitgerekend met de kerstdagen krijgt Venlo te maken met de ergste watersnood van de eeuw.

Venlo-Zuid wordt hard getroffen. Bewoners van de Tegelseweg en omliggende straten moeten hun huis verlaten en brengen de kerstdagen door bij familie, vrienden of in één van de opvangcentra. Gemeenschapshuis ‘De Zwanehaof’ was in de dagen voor kerst al in gereedheid gebracht om als crisisopvang te kunnen dienen. Liesbeth Klepper hielp als vrijwilligster mee om de evacués op te vangen. Ze herinnert zich vooral de saamhorigheid die er heerste. “Iedereen hielp een handje mee om het verblijf voor de evacuees zo prettig mogelijk te maken. Bakkerij Ceres bracht brood en worstenbroodjes, warme maaltijden kwamen uit de keuken van bejaardenhuis Sinselhof en bloemist Jan Bijl versierde de zaal met rode en witte kerststerren. Op kerstavond verzorgde pastoor Peters van de Mariakerk een kerstviering en zo kreeg iedereen ondanks de omstandigheden toch een beetje het kerstgevoel”.

Gerty Hermans werkte in het VieCuri ziekenhuis en ziet vanuit haar werkplek het water stijgen. “Het was 21 december en ik had avonddienst. Vanuit het ziekenhuis zag ik hoe het water steeds sneller steeg, maar net als veel mensen dacht ik dat het zo’n vaart niet zou lopen”, verteld Gerty. Ze belt haar man en vraagt hem om in ieder geval de auto uit voorzorg in een hoger gelegen gebied te parkeren. Als ze die avond rond 23.00 uur over de Tegelseweg naar huis fietst ziet ze dat er al een laag water op de weg staat. “We woonden in een bovenwoning aan de Tegelseweg 23 en ik dacht er kan weinig gebeuren”, zegt Gerty. De diepvries zat vol etenswaren en in het ergste geval zou ze een paar dagen in haar woning moeten bivakkeren. De rubberlaarzen worden klaargezet voor de volgende dag zodat ze in ieder geval droge voeten zou houden als ze naar haar werk ging. Als Gerty de volgende ochtend ontwaakt komt ze tot de ontdekking de elektriciteit uitgevallen is. Ze kijkt uit het raam en ziet het water in de tuin staan. Aan de voorkant staat het water zo’n 80 cm hoog en de hele benedenverdieping is onder gelopen. “Door de stroomuitval was de verwarmingsketel uitgevallen, al het eten in de diepvries was aan het ontdooien en al snel werd duidelijk dat we hier niet zouden kunnen blijven”, verteld Gerty. Ze besloten naar de Boekend te vertrekken waar de ouders van Gerty woonden. De meest noodzakelijke spullen werden in een vuilniszak gestopt, oude kleren werden aangetrokken en er werd voldoende eten voor de dieren achtergelaten. Te voet vertrok Gerty samen met haar man richting de auto die enkel straten verderop geparkeerd stond om van daaruit richting de Boekend te kunnen vertrekken. Voetje voor voetje waadde beide door het water. “Onderweg zagen we een transformatorhuisje wat flink rookte. De schrik sloeg op mijn hart, maar gelukkig is alles goed gegaan”, lacht Gerty. Uiteindelijk werden beiden door een bootje van het leger uit het koude water gehaald. “Ik was blij dat we onderweg door de militairen opgepikt werden.  Het water was koud, en het was gevaarlijk met omdat je onder water niets kon zien. We moesten echt op de tast en voetje voor voetje proberen het droge te bereiken”, verteld Gerty. Eenmaal op het droge belt Gerty bij een willekeurig huis aan en vraagt of zij en haar man zich even van de natte kleding mogen ontdoen. De bewoners zijn uiterst gastvrij en bieden het stel aan om ook maar meteen even gebruik te maken van de douche. Fris gedoucht en in schone kleding vervolgen Gerty en haar man hun weg naar de Boekend. Daar brengen ze samen met hun ouders en andere familie de kerstdagen door. Op 27 december is het water zover gezakt dat ze terug kunnen keren naar de Tegelseweg 23. “We konden het huis niet in omdat de voordeur helemaal ontzet was door het water”, verteld Gerty. Via de buren en het dakterras weten ze de woning toch te betreden. “Behalve bedorven voedsel en een vieze vloerbedekking hadden we geen schade. Wel hebben we nog lange tijd last van vocht in de woning gehad”, zegt Gerty. De dieren achterlaten in huis vind Gerty de moeilijkste beslissing van alles. “Gelukkig hebben ze het allemaal overleeft”, besluit Gerty.

Behalve Venlo-Zuid wordt ook het centrum van Venlo getroffen door het hoge water. Traditiegetrouw is de Geldersepoort één van de eerste getroffen gebieden, maar al snel neemt het water bezit van meer winkelstraten. Jan Klein runt in 1993 een sportzaak aan de Kwartelenmarkt. Het is niet de eerste keer dat hij wateroverlast heeft. “Bij hoogwater hadden we vaker wateroverlast in de kelder door het opkomende grondwater”, verteld Jan. Toen het bericht kwam dat de Maas ook nu weer hoog zou komen werden de gebruikelijke maatregelen genomen. De voorraad sportkleding en schoenen werden hoger gezet om te voorkomen dat alles nat zou worden. Peti Klein, de echtgenote van Jan was er deze keer echter niet gerust op. De voorspellingen waren niet goed en de verwachting was dat het water bedenkelijk dicht in de buurt van het hoogste punt van 1984 zou komen. “Er heerste een hilarische sfeer bij ons thuis”, verteld dochter Kim. “We waren er van overtuigd dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen. Toen mam met ons de stad in wilde om rubber laarzen te kopen werd er een beetje lacherig over gedaan”. Maar de vooruitziende blik van Peti werd al snel werkelijkheid. “Een dag later stond het water al tegen de gevel van onze winkel aan te klotsen en kon ik de deur niet meer uit”, verteld Kim.

De gemeente had op diverse plekken in de binnenstad bergen zand gestort. Met man en macht werden zandzakken gevuld in een poging het alsmaar stijgende water buiten de deur te houden. Kim Klein was die dag net als andere dagen gewoon naar school gegaan. “We hadden in de week voor de kerstvakantie tentamen en zoals gebruikelijk was gingen we na school nog even een biertje drinken bij café De Gouden Tijger”, verteld Kim. Een telefoontje van moeder Peti verstoorde het plezier en Kim spoedde zich naar huis. Daar aangekomen trof ze haar moeder enigszins in paniek aan. In de kelder was een waterleiding gesprongen waardoor het water nu van twee kanten de kelder in stroomde. Met behulp van vrienden en buren werd de kelder volledig leeggeruimd en uit voorzorg werden ook in het winkelgedeelte spullen hoger gezet.

Jan klein was die dag vroeg van huis gegaan om een beurs in Soest te bezoeken. “ Jan de Rijks, één van de inkopers die ik op de beurs sprak vertelde mij wat hij op het nieuws had gehoord over de hoge waterstand en dat ook Venlo natte voeten zou krijgen”, verteld Jan. Onderweg naar huis stopte Jan even bij een tankstation om naar huis te bellen. “Een mobiele telefoon hadden we in die tijd nog niet en dus was dit de enige mogelijkheid om contact met het thuisfront te hebben”, verteld Jan. Peti vertelde over het alsmaar sneller stijgende water en langzaam begon de ernst van de zaak bij iedereen door te dringen. Jan herinnerde zich dat het Joegoslavische restaurant Dubrovnik aan de Maaskade bij hoogwater altijd een houten wand liet plaatsen bekleed met mastiek en vroeg Peti om dakdekkersbedrijf Bakker te bellen om ook voor de winkel aan de Kwartelenmarkt een soortgelijke wand te laten plaatsen ongeacht de kosten hiervan.  Nog dezelfde avond kwam het dakdekkersbedrijf de wand plaatsen maar omdat het water ondertussen al zo hoog gestegen was kon de mastiek niet volledig dicht gebrand worden. “Uiteindelijk konden we niet meer doen dan toekijken hoe de kelder en de winkel langzaam vol stroomde met water”, verteld Jan. “We hadden alles gedaan wat we konden. De kelder was leeg, in de winkel stond alles op een veilige hoogte en met dompelpompen hadden we geprobeerd het water buiten te houden. Meer konden we niet meer doen”, verteld Kim. De familie Klein berust in het feit dat ze de kerstdagen in het water moesten doorbrengen. “We woonden boven de zaak en in tegenstelling tot veel andere bewoners van de getroffen gebieden hadden wij alleen zakelijk gezien last van de watersnood”, zegt Jan. Samen met dochter Kim waakt hij in de nachtelijke uren over hun eigendommen. Ze kwamen de nachten door met het kijken van video’s van Youp van ’t Hek. Soms viel één van hen in slaap, maar zodra de ander ook in slaap dreigde te vallen ontwaakte de ander. Zo was er altijd iemand wakker. ’s Nachts was de stad uitgestorven en was het onnatuurlijk stil in de straten van Venlo. “Het enige geluid wat we hoorde was het klotsen van het water en het geluid van een bootje wat af en toe langs kwam varen”, zegt Kim. Behalve de inwoners waakten ook militairen over de stad. Veel winkels en woningen stonden leeg en waren hierdoor een gemakkelijke prooi voor plunderaars. “Overdag als mijn vader en ik sliepen waakten mijn jongste zus Femke en mijn moeder over de winkel. De hele dag stond de tv aan en werd het laatste nieuws gevolgd via Stadsomroep Venlo. Toen werd ook duidelijk wat voor belangrijke rol de lokale omroep in deze periode speelde”, verteld Kim.

“Wat ons altijd zal bijblijven is de saamhorigheid en de bereidheid om elkaar te helpen”, zegt Jan Klein. “Op kerstavond bracht de eigenaar van de frituur uit de Hoogstraat vers gebakken frietjes en snacks en later op de avond kwam Hans op de Laak langs met wafels die hij speciaal voor de getroffenen in het gebied gebakken had. Thea en Huub Schell van Bistro Schell aan de Kwartelenmarkt hadden de diepvries vol met biefstukjes voor het kerstdiner. Ze bedachten zich geen moment en bereidden een kerstdiner voor de getroffen bewoners rondom de Kwartelenmarkt. “Ik denk dat juist in de dagen dat iedereen het moeilijk had de ultieme kerstgedachte uitgedragen is”, zegt Kim. “Dit heeft nog lang nagewerkt in de buurt”.

Op eerste kerstdag bereikt het water het hoogste punt. In de dagen daarna begint het water langzaam te zakken. Enkele dagen later is het water zover gezakt dat begonnen kan worden met opruimen en met de grote schoonmaak. “Pas toen kwam het besef wat Mooder Maas het aangericht”, verteld Kim. Ze herinnert zich vooral de stank en de troep die het water achtergelaten had. Het opruimen van de puin en het afhandelen van de schade was heftiger dan de watersnood zelf. “Gelukkig kregen we veel hulp van familie en vrienden en ook de gemeente Venlo stak een helpende hand toe” , zegt Jan klein. Langzaam maar zeker komt er einde aan de ellende en kan het normale leven weer opgepakt worden

Burgemeester van Venlo in 1993 was John van Graafeiland. De oud-burgemeester stond bekend als een gezaghebbend persoon die een goede politiek-bestuurlijke inschatting kon maken. Voordat John van Graafeiland de politiek betrad was hij werkzaam in het Nederlandse Leger. “De militaire opvoeding die ik op de officiersopleiding in Breda had gehad kwam mij goed van pas toen in december 1993 het water van de Maas naar een recordhoogte steeg en grote delen van de stad onder water werden gezet”, zegt John van Graafeiland. Er werd een crisisteam gevormd en op 21 december 1993 werd er in de bunker van de brandweerkazerne in Venlo druk overleg tussen gepleegd over de voorbereidingen die getroffen moesten worden. Behalve de burgemeester was ook de brandweercommandant van Venlo en de regionaal brandweercommandant aanwezig. Iedereen was alert en maakte zich op voor de hoogste waterstand sinds 1926. Er werd een communicatieplan gemaakt en het leger werd in paraatheid gebracht. “We wisten dat het water ging komen, en het enige wat we op dat moment nog konden doen was voldoende maatregelen treffen om de schade te beperken”, aldus de oud-burgemeester van Venlo. Het was volgens John van Graafeiland destijds een onmogelijke opgave om het water buiten te houden en dus werden de Frederik Hendrik kazerne en meerdere gemeenschapshuizen in gereedheid gebracht om als opvang te dienen voor evacués. “De dreiging was er”, zegt van Graafeiland. “Er was geen mogelijkheid meer om de situatie om te buigen, maar tegelijkertijd zagen we ook kansen”.

Inmiddels waren er vanuit de kazernes in Havelte en Steenwijk militairen naar Venlo gestuurd om te helpen bij het aanleggen van kunstmatige dijken en het evacueren van bewoners. ‘Eerst voeden, dan werken’ is een regel die voor iedere militair geldt en dus kregen de manschappen bij aankomst in Venlo een stevige maaltijd alvorens ze met vrachtauto’s en boten op weg gingen om mensen te helpen. “Erwtensoep en broodjes is een motivator voor iedere militair”, lacht John van Graafeiland.

In de dagen die volgen brengt John van Graafeiland een bezoek aan de getroffen gebieden. De oud-burgemeester herinnert zich deze bezoeken nog goed. “Venlo-Zuid en vooral de omgeving rondom de Tegelseweg was een drama”, zegt van Graafeiland. In politiek Den Haag is de omvang van de ramp inmiddels ook doorgedrongen. Minister Bukman, Ritzen, Maij, Dales en minister president Wim Kok komen polshoogte nemen en laten zich informeren. Daarnaast krijgt Venlo bezoek van de commissaris der koningin Van Voorst tot Voorst, de bisschop van Roermond en koningin Beatrix. Iedereen toont zijn of haar medeleven en vanuit Den Haag wordt financiële hulp toegezegd. “We hebben in die dagen veel ellende gezien”, zegt van Graafeiland. Soms rijst de vraag waarom mensen zichzelf en hun kostbaarheden niet eerder in veiligheid hebben gebracht. “Maar er is geen plek voor emotie of een mening”, zegt van Graafeiland. “Het enige wat je kunt doen is je medeleven tonen, mensen helpen en alle andere gedachten buiten houden”. Behalve verdriet en ellende heeft John van Graafeiland ook de gelatenheid en blijmoedigheid van de Venlonaren gezien. “Ik herinner mij op de Tegelseweg een aantal mensen die in hun waadpak samen met de bisschop een kopje koffie dronken”, lacht van Graafeiland. Het is typerend voor de Venlonaar zegt hij: ‘niet zeuren, maar poetsen’.

Terugkijkend op de watersnood vind John van Graafeiland dat er destijds door alle partijen goed samengewerkt is om de schade zo veel mogelijk te beperken. “Ik besefte vanaf het eerste ogenblik wat er van mij als burgemeester en gewestvoorzitter verwacht werd, en heb onmiddellijk teruggegrepen op datgene wat ik in mijn militaire opleiding geleerd heb: de bedreiging maar ook de kansen inschatten, mensen op de juiste plek zetten en aan het werk gaan”, aldus John van Graafeiland. Veel maatregelen en besluiten moesten op het zelfde moment worden genomen en dat vergt samenwerking en discipline. Daarnaast moesten de maatregelen en besluiten ook gepubliceerd worden. Woordvoerder van de gemeente Venlo was destijds Jan van Haperen. “Ik herinner mij dat Jan zijn huis ook onder water stond, maar hij was er wel iedere dag om voor juiste en tijdige communicatie te zorgen”, zegt van Graafeiland. Ook herinnert hij zich de samenwerking met Ger Koopmans die wethouder was in de gemeente Arcen/Velden.

De oud-burgemeester stelt dat het ondanks de dramatische ervaring misschien juist goed is geweest dat deze ramp zich voltrokken heeft. “We hebben van 1993 veel geleerd en hebben daar later in 1995 veel voordeel van gehad. Tevens is door deze ramp in politiek Den Haag het besef gekomen dat er blijvende maatregelen getroffen moesten worden om een ramp van deze omvang in de toekomst niet meer te laten gebeuren”, besluit John van Graafeiland. De maatregelen zijn in de jaren na de ramp inderdaad getroffen waardoor we anno 2018 relatief veilig langs de oevers van de Maas kunnen wonen en werken.

Luctor et emergo: Venlo verdronk in 1993 bijna maar herstelde zich door de samenhorigheid onder de  burgers en met hulp van de overheid snel.  Bij alle emoties die de Maastoverstroming met kerst 1993 heeft losgemaakt, is het toch goed om dat vast te stellen.

Tekst: Leon Vrijdag

Foto's: ANP Archief, collectie Lisette Stappers, collectie Huub Beeren

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.