Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

De historie van de Venlose Revue: Waat ennen tièd

Deel 2 – Wiel Vestjens: ‘De teksten van Frans Boermans zijn bijna dichterlijk geschreven’

In het eerste deel van de historie van de Venlose Revue is het verhaal verteld over het ontstaan plus het succes van Waat ennen tièd. Nu is het tijd om een aantal hoofdrolspelers van toen aan het woord te laten. Te beginnen met de nestor van het Venlose lied. De man die in de eerste revues van Frans Boermans vaak een prominente rol vertolkte: Wiel Vestjens.

LVF_051920150001

De 79-jarige Venlonaar kan zich het ontstaan van deze revue nog helder voor de geest halen. “Na het succes van Waat ennen tièd werd alles anders. Dit was de eerste Venlose Revue sinds de periode met Sef Cornet en Sjir Titulaer. Niemand wist hoe de mensen zouden reageren en wat we moesten verwachten, maar het succes was overweldigend. Daarna waren de verwachtingen steeds hoger en werd alles nog professioneler. Deze revue is het begin van dit alles geweest.”

Carrière

Het podium is voor Wiel Vestjens als zijn tweede thuis. Al vanaf de jaren zestig maakte hij furore met Vaat Elf. Niet veel later startte hij een uiterst succesvolle carrière als zanger van Venlose Vastelaovesleedjes, maar de echte start op het podium beleefde Vestjens al als vroege tiener. “Eind jaren veertig had ik al een kleine rol bij de revues van Sef Cornet. Daarnaast zong ik al op jonge leeftijd in het kerkkoor en daarbij merkte ik dat het zingen mij beter af ging dan veel andere jongens. Het zijn allemaal diverse fases in het leven die voor zelfvertrouwen en nog meer plezier zorgen en ik continu op het podium ben blijven staan.”

LVF_051920150003Praatpaal

Als de eerste ideeën voor Waat ennen tièd ontstaan, neemt Frans Boermans al snel contact op met Vestjens. Als zanger van veel van zijn liedjes heeft de schrijver veel vertrouwen in hem. “Frans zocht een praatpaal om over zijn ideeën te praten. Het verhaal over Venlo van direct na de bevrijding –waarmee deze revue opent – had hij al geschreven. Frans had een fantastisch talent om te schrijven. Waar ieder ander mens heel veel zinnen nodig heeft om een verhaal te vertellen daar weet Frans Boermans in slechts vier regels alles duidelijk en met gevoel weer te geven. Hij was een denker en zocht iemand om te overleggen. Regelmatig duwde hij weer een briefje bij mij in de bus met de vraag of ik even tijd had. Vervolgens kreeg ik passages te lezen en vroeg hij: “Wiel, is det wat?”

Ongekend talent

Doordat Vestjens zo intens bij de totstandkoming van deze eerste revue in 1980 betrokken was, lepelt hij zonder enige moeite nog diverse passages uit Waat ennen tièd woord voor wood op.LVF_051920150002 “Dat komt niet alleen omdat ik het zo goed kan onthouden, maar door de wijze waarop Frans Boermans de teksten schreef; deze waren bijna altijd dichterlijk geschreven. Dan blijven de woorden in het geheugen gebrand. Het is eigenlijk net als bij zijn liedjes. Vaak kregen wij als zangers de complimenten voor een fantastisch nummer, maar het was toch echt Frans die ze maakte. Wat voor zijn melodieën gold, telde zeker ook voor zijn teksten: het was telkens weer in één keer raak. En ze gaan telkens weer van generatie op generatie. Zowel de Vastelaovesleedjes als die van de revue zijn nog steeds klassiekers. Dat zegt iets over zijn ongekende talent. Hij wilde met zijn teksten bovendien niemand kwetsen. Dat is tegenwoordig helaas wel anders. Dat merk je alleen al aan het taalgebruik; dat is al harder dan toen. Frans kon mensen op zijn eigen wijze entertainen.”

Rollen

Een van de meest spraakmakende rollen uit Waat ennen tièd was natuurlijk de Hertog van Gelder. En deze leek vanaf het begin Wiel Vestjens op het lijf geschreven. “Frans zorgde ervoor dat de rol die je speelde ook weer terugkwam in een lied. Dat was de kracht van deze revue. Voor mij was dat ‘Ik höf mien Glaas’. Een klassieker van de eerste orde en daarom herinneren veel mensen zich die rol nog, maar eigenlijk zat de hele revue vol met historische liedjes. Ga maar na: Veurbeej, Diploma, Venlo mien Alt en de Butterfahrt. Door de podiumervaring die wij met Vaat 11 hadden, waren ook de andere heren van dit gezelschap bij deze revue betrokken. Met Vaat 11 deden wij eigenlijk vooral conferences of buuttereeden; dit was toch even heel iets anders. Maar we deden het. Ieder lid van deze groep droeg bij aan het succes van Waat ennen tièd. Het werd toen sowieso duidelijk hoeveel talent deze stad herbergde. Ga de namen van toen maar na: Funs van Grinsven, Ben Verdellen, Hannelore Winter, Hay van Hoorn, Baer van der Meij, Jan Pollux, Annie Renkien en ga zo maar door. Annie had natuurlijk al haar podiumervaring en Hannelore was geboren voor het toneel. En het multitalent van Jan Pollux was ook toen al duidelijk aanwezig.”

Professionals

De talenten uit eigen stad kregen bij de repetities steun en advies van diverse professionals, zo weet Vestjens zich nog te herinneren. “Ze leerden ons allerlei kleine foefjes. Het was bijvoorbeeld beter om niet veel te improviseren met de teksten of er iets bij te verzinnen; dat kon bij de medespelers voor verwarring zorgen. Natuurlijk was ook de zoon van Frans, Theu Boermans, al als regisseur bij deze revue betrokken. Om kennis op te doen gingen we kijken naar het Vlaams Toneel, maar ook bij Millowitsch in Keulen. Gewoon om te zien hoe die mensen het deden. Ja, ook daar leefde deze vorm van theater enorm, maar niemand had verwacht dat ook Venlo de revue zou omarmen.”

Verbazing

Iedereen was dus enthousiast en serieus met zijn of haar rol bezig, maar niemand had enig vermoeden dat Waat ennen tièd zoveel binnen de stad zou los maken. “Toen ik de rij zag voor de eerste kaarverkoop viel mijn mond open van verbazing. Niemand, maar dan ook niemand had dit verwacht. Wij wisten dat het in diverse dorpen wel leefde. Daar zijn wij ook bij volkstheaters gaan kijken, maar niemand had deze reactie in Venlo verwacht. Telkens weer werden er nieuwe voorstellingen bijgeboekt. Ja, het vergde ook veel van je privéleven. Ik werkte toen bij de gemeente, mijn vrouw had een eigen winkel in het centrum van Venlo en onze opgroeiende dochter Nicole verdiende ook alle aandacht. We leiden dus sowieso al een druk leven. Toch heeft ze mij altijd gesteund. Niet alleen tijdens deze periode van de eerste revue, maar gedurende mijn hele carrière. Dat mag ook wel eens gezegd worden. En dat geldt natuurlijk voor alle familieleden van mensen die bij Waat ennen tièd en bij alle andere revues die volgden, betrokken waren.”

Fotografie: Leon Vrijdag
Tekst: Rob Buchholz

[su_spacer size=”10″]

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.