Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

De historie van de Venlose Revue: Deel 1

Waat ennen tièd: een geschenk van Frans Boermans aan de fanfare en zijn stad.

Het is dit jaar niet alleen 35 jaar geleden dat er voor het eerst na het tijdperk Sef Cornet weer een Venlose Revue werd opgevoerd, maar deze zomer beginnen tevens de voorbereidingen voor een nieuwe revue die vanaf het najaar van 2016 in De Maaspoort te zien zal zijn. Voor Venloos Verleden voldoende reden om te starten met een unieke serie over de rijke historie van dit culturele, maar oh zo typisch Venlose fenomeen.

Foto: Aad Lips

Foto: Aad Lips

We starten deze serie met een terugblik op ‘Waat ennen tièd.’ De reeks voorstellingen waar in 1980 alles mee begon. Tot aan de start van de nieuwe reeks voorstellingen in september 2016 zullen tevens al die zes andere legendarische revues van 1984, 1989, 1993, 2000, 2005 en 2010 voorbij komen. Dit gebeurt onder andere in de vorm van interviews met acteurs, regisseurs, schrijvers en diverse andere betrokkenen. Ook zal er ergens in deze serie aandacht zijn voor de revues van Sef Cornet. De man die het grote voorbeeld en inspirator was voor Frans Boermans; de schrijver van Waat ennen tièd. Maar dat is voor later. In het eerste deel kijken we middels een algemeen artikel terug naar die eerste revue uit 1980. Hoe kwam deze tot stand? Hoe waren de reacties?

Basis van het idee
Wij nemen u eerst mee terug naar eind jaren zeventig. Frans Boermans liep al langer met het idee om een nieuw toneelstuk of revue op de planken te zetten. Aan de traditie van Sef Cornet was in 1951 abrupt een einde gekomen. Boermans was al sinds die periode bezig met het schrijven van liedjes, maar hij wilde meer. Het boek ‘Oorlog en Herstel’ stond aan de basis van zijn idee om een stuk te schrijven waarin de bevrijding van de stad Venlo centraal stond. Het idee kwam in een stroomversnelling door het 125-jarig jubileum van de Venlose Fanfare. In 1978 kreeg Boermans het verzoek of hij mee wilde denken over een toneelstuk dat paste in het feestprogramma van het muziekgezelschap. Het idee binnen de fanfare was afkomstig van Joop Berendsen, John Bartels en Dolf Peeters; de organisatoren van het jubileumfeest.

[su_spacer size=”10″]

LVF_053120150005Vier bedrijven
Boermans nam het verzoek serieus, had weliswaar al een soort van basisidee in zijn hoofd, maar zocht contact met Gé van Beek, Funs van Grinsven, Jeanne Alsters, Sef Hendriks en Toon Alsters om zijn plannen verder uit te breiden. Het resultaat was een revue in vier bedrijven dat in eerste instantie de naam ‘Venloos Printebook’ droeg. Het verhaal over de ervaringen van een groep Venlonaren rondom de bevrijding van de stad bleef in ieder geval overeind staan en vormde de opening van het theaterstuk. De terugkeer van de evacués, de puinhopen, de verdwenen huisraad, maar ook de Canadese en Amerikaanse soldaten die sigaretten, chocolade en witbrood uitdeelden. In het tweede bedrijf stonden de ervaringen van een typisch Venloos gezin in een huiskamer rond 1955 centraal. Na de pauze startte het derde tafereel met de verschillen tussen de jeugd van dat jaar (1980) en oudere generaties. Vader Tijd gaf tussen de verschillende bedrijven door het advies aan het publiek om het leven te relativeren, maar ook om aan te tonen dat er eigenlijk niet zo heel veel veranderd was: discussies tussen generaties waren van alle tijden. De rol van Vader Tijd was een goed voorbeeld waaruit de kracht van de schrijfstijl van Boermans duidelijk zichtbaar was. De schrijver had met de teksten van zijn liedjes al vaak de harten van de Venlose bevolking weten te raken. Met de revue wist hij dat nog sterker te benadrukken. Tenslotte kwamen in het vierde bedrijf diverse historische figuren uit de rijke geschiedenis van de stad voorbij die de Fanfare feliciteerden met het 125-jarig jubileum. Denk aan Truuj Bolwater, de Hertog van Gelder, Napoleon en ’t Schinkemenke.

Venloos talent
Behalve ijzersterke verhaallijnen waren het daarnaast natuurlijk de zeer realistische decors die een belangrijke bijdrage leverden aan de emoties die ‘Waat ennen tièd ‘ bij veel mensen losmaakte. Deze revue liet eens te meer zien hoeveel talent Venlo binnen haar stadsgrenzen had. Amateuracteurs en vrijwilligers stegen boven zichzelf uit en werden plotseling door het publiek op handen gedragen. In totaal waren 120 mensen bij ‘Waat ennen tièd’ betrokken, waarvan 25 professionals. Ongeveer 68 van die 120 medewerkers kregen een hoofd- of bijrol in de vier bedrijven.

[su_spacer size=”10″]

LVF_053120150004De acteurs en actrices waren afkomstig uit groepen die gewend waren om op het podium te staan en dus tevens over enige ervaring beschikten. Denk aan mensen van Venlona, Vaat 11 en toneelvereniging Onderling Kunstgenot. Bekende namen in het stuk waren: Jan Pollux, Ben Verdellen, Hannelore Winter, Baer van der Meij, Hay van Hoorn, Funs van Grinsven, Lottie Boermans (de dochter van Frans) en Annie Renkien. Zij was op dat moment misschien wel de meest ervaren speelster binnen de groep. Als jong 19-jarig meisje speelde Renkien al mee in vier revues van Sef Cornet. De andere medewerkers waren onder andere het orkest onder leiding van Jan Theelen, technisch regisseur – en zoon van schrijver Frans – Theu Boermans plus Marianne Martens en Gé van Beek die de spelregie in handen hadden.

Onderschat succes
Al ver voor de première van ‘Waat ennen tièd’ waren diverse betrokkenen in een felle discussie verwikkeld. Hoe vaak gaan we met deze revue op de planken? Het idee van drie of vier uitvoeringen riep de nodige weerstand op. Het zou te vaak zijn. Het toenmalige Venlose theater De Prins van Oranje kon per voorstelling ongeveer 700 bezoekers een plaats bieden. Het waren uiteindelijk de eerste enthousiaste geluiden vanuit het Venlose die ervoor zorgen dat de organisatie het aandurfde om maar liefst vijf uitvoeringen in te plannen. Dat bleek alsnog een misvatting te zijn. Iedereen had het succes van de revue onderschat. Venlo omarmde het werk van Frans Boermans. In totaal werd het stuk 22 keer uitgevoerd. “Na de eerste kaartverkoop zag ik mensen met tranen in hun ogen omdat ze geen kaartje hadden weten te bemachtigen, “zo liet Joop Berendsen in 1981 aan het Dagblad voor Noord-Limburg weten. Bijna iedere Venlonaar zal zich nog de foto herinneren van de lange rij mensen (200 meter) die op 16 maart 1981 rondom het gebouw van De Prins van Oranje aan de Kaldenkerkerweg geduldig op hun beurt wachten. Maar liefst 3500 kaarten waren in anderhalf uur uitverkocht. In eerste instantie ontstond het idee om de tweede cyclus pas tijdens de opening van het nieuwe Venlose theater De Maaspoort in 1984 op te voeren, maar van dat idee zag men al snel af. Na de eerste serie van vijf uitvoeringen in oktober 1980, volgden nogmaals vijf voorstellingen in april 1981, zeven in september 1981 en nog vijf keer in september 1982. In totaal 16.000 mensen zagen ‘Waat ennen tièd’. Het werd een cyclus die uniek was in de historie van de Prins van Oranje. Nog nooit was een voorstelling zo succesvol geweest. Behalve de uitvoeringen werd overigens ook de verkoop van de elpee een gigantisch succes. Veel nummers van de revue behoren nog steeds tot absolute klassiekers van het totale rijke Venlose liedjes oeuvre: Butterfahrt, Veurbeej, Ik höf mien glaas, Ik kan gaar geen Venloos meer, Venlo mien Alt, et cetera.

LVF_053120150002Spanning
De eerst repetities vonden plaats in café De Maagdenberg. In totaal waren de acteurs acht maanden in de weer om hun rol eigen te maken. Iedereen werkte naar dat ene moment toe: de première. De eerste generale repetitie was een puinhoop. Rondom de eerste uitvoering op 17 oktober 1981 zat dan ook veel spanning. Frans Boermans bleef met de nodige buikpijn stilletjes in de coulissen zitten. Zo bang was de schrijver dat het mis zou gaan. Vanaf dat moment waren er te veel factoren die hij niet meer in eigen hand had. De spanning was begrijpelijk, maar overbodig. Direct vanaf de eerste tonen van het openingsnummer ‘Veurbeej’ slikten veel toeschouwers een brok in de keel weg. De herinnering aan de bevrijding en het levensechte decor riep bij velen emoties op. Direct vanaf het eerste moment was het publiek gegrepen door de kracht van het stuk. Na afloop heerste er dan ook een carnavalsstemming in het artiestencafé. Iedereen dronk. Iedereen zong. “Iedereen leefde, ademde en speelde de revue,” zo liet Berendsen toen weten. “Overdag op het werk of in de thuissituatie leefde alle betrokkenen naar dat moment in de avond toe: de voorstelling. Iedere keer weer. De groep medewerkers groeide steeds dichter naar elkaar toe.” De Venlonaar had ‘Waat ennen tièd’ direct in zijn hart gesloten.

Thuisfront
Toen na de eerste cyclus er extra voorstellingen werden ingepland, vond plaats overleg met het thuisfront plaats. Wie eenmaal ja tegen een rol in de Venlose Revue had gezegd kreeg daar veel voor terug, maar leverde ook veel vrije tijd in. Niet alle familieleden waren altijd even gelukkig met de vele avonden dat hun geliefde partner of ouder van huis was. Maar door het succes en de vele hartelijke reacties kreeg iedere acteur de terechte steun van het thuisfront. Iedereen had de emoties gevoeld. De emoties tijdens de uitvoeringen. De emoties die leefden in de stad. Nostalgie en chauvinisme waren volgens velen de elemententen die het succes van de revue bepaalden. Er was niets te veel gezegd. De revue was fantastisch en plots bleek hoeveel talent de stad herbergde.

[su_spacer size=”10″]

Al snel was duidelijk dat niet alleen Boermans terugverlangde naar de terugkeer van een revue; de Venlose bevolking deelde zijn passie. Zoveel was ook voor de organisatie duidelijk. Was het in 1980 nog een commissie van de jubilerende fanfare die de touwtjes rondom de revue in handen had; één jaar later was deze groep al omgedoopt tot Stichting Venlose Revue. Niet alleen vanwege de extra serie voorstellingen, ook vanwege de toekomstplannen. Het zou niet bij één revue blijven. Deze stad verdiende dat dit fenomeen op regelmatige basis zou terugkeren. Bij schrijver Frans Boermans leefde tenslotte al weer nieuwe plannen.

In de komende weken komen een aantal betrokkenen van deze eerste Venlose revue aan het woord. Zij kijken terug op die bijzondere periode, halen herinneringen op en vertellen over hun bijdrage aan dit bijzondere stukje Venlose historie.

Fotografie: Leon Vrijdag
Tekst: Rob Buchholz

Bron: Venloos Stadsarchief

[su_spacer size=”10″]

  1. Lilian van Kilsdonk-Scheeres Reply

    Als 17-harig meisje kwam ik via Canta Libre ook terecht bij Waat ennen Tied net als meerdere leden van het koor. De repetities waren al een tijd in volle gang, maar men miste jonge figuranten. Met onze groep vaak bij Funs thuis gerepeteerd.
    Uiteindelijk zat ik samen met soldaat Jan Derijk op de puin toen hij een afscheidslied zong en was ik naast hem Guntrud. Ik heb alle post en krantenknipsels verzameld. Ben nu nog op ziek naar de video. Sommigen zeggen dat die gemaakt is.

  2. Marij Reply

    Is d’r genne dvd te kaup van deze revue???

  3. Marjon Reply

    Ik heb ze neet allemaol kinne zeen. Maar ut zou fantastisch zien as der dvd’s ware met alle revues! Zien die der?

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.