Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Adjudanten Leopold en Leopold kijken terug op Vastelaovend en Halfvasten 1969

symbool van de vastelaovend van 1969
Adjudanten van 1969 – Leopold Hogenhuis en Leopold Wolters
Leopold Hogenhuis
Vastelaovend in Venlo

 

‘De sociale functie van het Prinsschap heeft meer impact dan op de wagen staan en serpentines gooien’

Het was afgelopen Vastelaovend niet de eerste keer dat de optocht werd afgelast om deze vervolgens met Halfvasten in te halen. De factor ‘slecht weer’ speelde ook in 1969 (sneeuw) en 1990 (storm) al een bepalende rol. De makers van Venloos Verleden kijken samen met de Adjudanten van 1969 –Leopold Hogenhuis en Leopold Wolters - terug op een historische Vastelaovend. Een uniek moment uit de rijke historie van Jocus waar de afgelopen weken vaak over gesproken is.

Het begon al op zaterdag voor Vastelaovend en het leek niet meer te stoppen. Maar liefst 36 uur lang duurde de sneeuwstorm die Venlo juist in dat weekend teisterde. “Het kwam echt met bakken uit de hemel,” zo weet Wolters zich nog helder voor de geest te halen. “Wij werden op die zondagmorgen wakker en het pak was toen al zeker één tot anderhalve meter dik. En het ging maar door. Ik heb in mijn hele leven nog nooit zoveel sneeuw gezien. De Mercedes van mijn vader was volledig ondergesneeuwd. Die hebben we later nog moeten uitgraven. Ja, het was echt ongelooflijk. En dat precies in het weekend van Vastelaovend.”

Receptie in Prins van Oranje
Ondanks de extreme omstandigheden begon het dreejspan van 1969 – onder gezag van de helaas inmiddels overleden Prins Nico I (Lebesque) – gewoon aan het programma met de ontvangst op het stadhuis bij burgmeester Leonard de Gou. Al snel na de sleuteloverdracht vond het overleg plaats tussen de gemeente, Vors Sef Hendrikx en Hoogheid Nico zelf. Hierbij werd de harde, maar begrijpelijke beslissing genomen om zowel de kinderoptocht als de grote optocht van maandag niet door te laten gaan. Wolters: “Nee, natuurlijk waren wij daar niet blij mee, maar er was geen andere keuze. De optocht is normaal gesproken de apotheose voor iedere Prins en zijn Adjudanten. Vanaf het Hofbal leef je in een flow en die laatste drie dagen zijn een absoluut hoogtepunt. Ja, dan is het zuur als het weer dan spelbreker is.” Tijd om te treuren of om er lang bij stil te staan was er niet. De rest van het programma ging gewoon door. Dus ook de receptie in de voormalige Prins van Oranje. “Het was traditie om vanuit het stadhuis met koetsen naar De Prins gereden te worden,” vertelt Hogenhuis. “Maar dat was toen echt onmogelijk. In plaats daarvan ging het hele gezelschap, dus inclusief Raad van XI, Vors Joeccius XI, Sirremoniemeister, Prinsegarde en dansmarietjes in een bus van de Zuidooster naar de Kaldenkerkerweg. In een koets was iedereen zeker ondergesneeuwd en rijden met paarden was vanzelfsprekend te gevaarlijk voor de dieren. De bus was veiliger en voorzien van sneeuwkettingen. Zo reisde de hele meute naar de receptie.”

Geen alternatief programma
Door de ijzige kou en de enorme hoeveelheid sneeuw die maar bleef vallen, waren er vanzelfsprekend weinig mensen op straat. Toch werd de receptie redelijk goed bezocht. “Mensen kwamen met ski’s of langlauflatten de zaal in,” zo weet Wolters zich lachend te herinneren. “Ja, dat was toch echt Vastelaovend. De mensen die kwamen hadden extra veel lol en er was zeker een bijzondere band bij iedereen die zich toch door de barre weersomstandigheden gewaagd had.” Zo ver het mogelijk was, volgde het dreejspan van Jocus op die zondag en maandag toch het reguliere programma. De cafés op de Parade waren vanzelfsprekend favoriet, maar een bezoek bij mensen in de buitenwijken was door de extreme sneeuwval niet mogelijk. Hogenhuis: “Nee, er was geen alternatief programma of een spontane optocht zoals afgelopen Vastelaovend. De sneeuw had ons echt overvallen. Er waren in die tijd bovendien geen Joekskapellen. Bijna alles gebeurde in cafés of zalen.”

Boerebroelof
Zoals veel Venlonaren vorige maand genoten van de spontane optocht op de maandag, zo genoten de Prins en adjudanten van 1969 volop van de Boerebroelof die op de traditionele dinsdag wel door de straten van de stad trok. De sneeuwstorm was gaan liggen, een aantal wegen was sneeuwvrij gemaakt en zo kon via een ingekorte route het Boerebroelofspaar van De Fluiterskiëskes zich toch presenteren. Het opstellen vond plaats op de speelplaats van het Thomascollege op de Hogeweg. Op de hoek bij café Eugenia stond een gigantische sneeuwschuiver. “Kom we gaan in die gigantische schep staan,” zo zeiden de drie toen tegen elkaar. Het spontane idee van het dreejspan zorgde dat daar een foto werd gemaakt die hét symbool van de Vastelaovend van 1969 werd. Het werd een dag waar beide Adjudanten vol trots op terugkijken, zo weten ze zich te herinneren. “Wij liepen die boerenbruiloftsoptocht in een roes en hebben die toen heel intens beleefd. Er was echt contact met de mensen langs de kant; we hadden tijd voor een praatje en om ons echt te presenteren. Normaal gesproken stond de Prins en zijn Adjudanten toen nog op een kar. Het maakte veel goed van het gemis van de eigen optocht.”

Sociale aspect
Het contact met de mensen ervaren beide heren als heel bijzonder. Omdat ze allebei in een later stadium nog prins bij Jocus zijn geweest (Wolters in 1978 en Hogenhuis in 1981) spreken beiden uit ervaring. Hogenhuis zegt daarover: “Die sociale functie van het Prinsschap is zo belangrijk. Veel mensen weten daar te weinig van af. Dat heeft misschien wel meer impact dan op de wagen staan en serpentines gooien. Je komt bij mensen die het moeilijk hebben, kleine groepen en andere verenigingen. En voor iedereen waar je komt is de komst van Jocus het hoogtepunt. Ieder bezoek is daarom belangrijk. Dat heb ik Prins Pascal I ook meegegeven. Je komt als dreejspan bijvoorbeeld op een kamertje waar een ernstig zieke, maar rasechte Venlonaar ligt. Maar het is wel die persoon die vol zit met herinneringen over zijn eigen Vastelaovend. Juist bij die mensen springen de tranen in de ogen als de Prins en Adjudanten binnenkomen. Dat bezoek beperkt zich niet tot dat ene kopje koffie drinken, even een babbeltje maken en weer weggaan. Het is zoveel meer. Dat aspect mogen we nooit uit het oog verliezen en altijd blijven doen.”

Halfvasten weekend
Al snel na het aflasten van de optocht besloot Jocus om deze dus met Halfvasten in te halen. Een primeur. Niet het afzeggen van de optocht zelf; dat was in 1953 al gebeurd wegens de Watersnood, maar werd toen niet in een later stadium ingehaald. Wolters: “We moesten mensen informeren. Velen hadden maanden aan wagens en ideeën gewerkt; die groepen verdienden zeker en een nieuwe kans.” Net zoals nu waren zowel kasteleins en verenigingen bezig om buiten de optocht een programma voor het hele weekend in elkaar te zetten. In Het Nationaal organiseerden VHC en de Venlose tennisvereniging een Bal. En ook in de Prins van Oranje, de Venlonazaal en ’t Ald Weishoes vonden feesten plaats. Vanzelfsprekend waren ook op de Parade diverse activiteiten. En net zoals nu waren de kasteleins van toen met Jocus en de gemeente in discussie. Niet over buitenpodia of –taps, maar wel over de sluitingstijd. Deze stond in 1969 nog vast op 1 uur ’s nachts. Vanuit de kroegen op de Parade was er een verzoek dit te verlengen tot 2 uur, maar die toestemming kwam er niet. “Wij gingen op zaterdagavond voor de optocht al met het hele gezelschap en in vol ornaat de stad in, “ zo weten de beide Leopolds zich te herinneren. “Het begon met het inhalen van het Boerebroelofsgezelschap op zaterdagmiddag. Het bruidspaar deed alsof ze net terugkwamen van huwelijksreis. Ze waren in Blerick op de trein gestapt en in Venlo stond het hele perron vol om ze in te halen. Via een optocht trokken de hele stoet vanaf het station de stad in.”

Net zoals die zaterdag was het weer ook bij de kinder- en grote optocht uitstekend. Met als gevolg dat volgens Dagblad de Limburger van maandag 17 maart 1969 tienduizenden mensen langs de kant stonden. Beide Adjudanten beleefden en fantastische dag, maar toch niet vergelijkbaar met de echte Vastelaovend. “Je mist dat echte gevoel wat je normaal in de weken voor die drie dagen opbouwt. Dat kun je niet creëren. Hoe geweldig die optocht ook was. Het was vooral anders. Wij hebben als Prins later de optocht met Vastelaovend zelf ervaren. Dan is het met Halfvasten zelf toch anders. Neemt niet weg dat we in 1969 historie hebben geschreven. Wij hopen voor ut dreejspan en alle andere betrokkenen dat het dit jaar niet anders is.”

[su_spacer size="20"]

Tekst: Rob Buchholz

Fotografie: Leon Vrijdag, Gemeente archief Venlo, Archief VVG Jocus

[su_spacer size="20"]

 

 

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.