Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Dubbelportret van Dick & René Evers

Deel 2: ‘Misschien ben ik wel de Jeroen Bosch van Venlo’

In het eerste deel van het levensverhaal van de gebroeders Evers vertelde de recalcitrante Dick en de meer gestructureerde René over hun opleidingen en de start van hun bijzondere en zeer verschillende carrières. In dit tweede en tevens laatste deel komen de ontwikkelingen vanaf de jaren 80 aan bod.

In 1979 kwam de moeder van de gebroeders Evers al op te jonge leeftijd te overlijden. “Ja, te vroeg. Pap bleef alleen achter, maar heeft daardoor gelukkig nog wel veel mooie momenten met ons mogen meemaken. Hij stierf in 1999 en heeft veel momenten mogen meemaken die hem nog terecht trots maakten,“ zo herinneren beiden zich. Dick was in die jaren ook al volop bezig met het ontwerpen van eigen meubels en interieurs. Hij verzorgde onder andere de inrichting van Café ’t Fleske, maar ook van de E3 discotheek in Geldern en vele andere zaken in de Venlose binnenstad zoals de winkel van Leon Ritzen op de Klaasstraat. “Daardoor kreeg ik steeds meer opdrachten uit Duitsland. In de hoogtijdagen medio jaren 90 waren er wel 15 tot 20 man personeel bij mij in dienst. Ook een goede vriend, Hermann Tecklenburg –destijds eigenaar van de E3 - betrok mij bij diverse grote projecten in Hamburg, Berlijn Stuttgart et cetera. Maar ook in eigen land kreeg ik opdrachten. Vooral bij diverse gemeentes, maar ook bij de inrichting van het UWV in Amsterdam was ik zeer nauw betrokken.”

In 2002 vertrok Dick naar Hamburg om de presentatie van een hotel te geven. Echter er was van alles mis. Het ontwerp was niet naar wens van de opdrachtgever. Er vond overleg plaats, maar plotseling dacht ik: ik kan me hier niet meer in vinden. Ik heb er geen zin meer in. Daar was ik klaar mee. Ik wilde mezelf bezig houden met ontwerpen, echt tekenen en verder geen gezeur. Daarom ben ik bij thuiskomst stap voor stap mijn personeelsafstand gaan afbouwen. Ik wilde puur zelf ontwerpen en niet meer grotendeels bezig zijn met managen van veel personeelsleden. Vervolgens ben ik met een nieuw bedrijf Koekoek – dat ik samen met Marcel Tabbers en Joost Backus heb opgericht – bij het project Q4 betrokken geraakt. Vooral om de nieuwe creatieve wijk in Venlo te ontwikkelen. Het werken met jonge mensen vind ik nog steeds prachtig. Nee, dat was geen moneymaker, maar ik zoek telkens nieuwe uitdagingen. Bovendien bleven er gewoon diverse opdrachten binnenkomen. Mijn naam was veelvuldig in belangrijke tijdschriften te zien. Dan vinden mensen je vanzelf. Bovendien gaf ik sinds 1986 ook nog les in aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht. Daar ben ik nog steeds één dag in de week docent.”

Behalve het coachen van creatieve talenten is Dick bij meer projecten in de kunstzinnige Venlose wijk betrokken zoals het organiseren van workshops en het verzorgen van schilderscursussen. “Die laatste zaken doe ik onder de noemer WildArt. Het is een samenwerking met Nina Bellen. In haar heb ik alle vertrouwen. Ik houd ervan als iemand charisma heeft. Nina heeft dat charisma. Als wij samen iets opzetten of organiseren, spelen we in principe een spel en vullen elkaar perfect aan. Verder werk ik samen met diverse ontwerpers uit Q4.”

Een overeenkomst tussen de verder compleet verschillende broers Evers is er wel. Want net zoals het resolute plan van Dick om te stoppen met zijn succesvolle designbedrijf, zo maakte ook René medio jaren 80 plotseling een verrassende carrièremove. “Tennishal De Schaapskooi liep als een trein. De hallen waren altijd vol, maar na zeven jaar had ik het wel gezien. Iemand zei tegen mij: er komt binnenkort een hotel vrij in Venlo. Is dat niks voor jou? Maar ik had mijn zinnen gezet op café De Blauw Trap, maar de eigenaren van die zaak besloten toch een jaar langer door te gaan dan gepland. Vervolgens was ik op weg naar De Gouden Tijger en liep voorbij Hotel Old Dutch. Die zaak was inderdaad gesloten. De eigenaar stond op het punt om naar Australië te vertrekken. Ik belde hem op het juiste moment. Hij zei: als je nu met geld komt, kun je het direct hebben. Uiteindelijk ben ik daar samen met een vriend van Dick – Hans Pas – begonnen. Die eerste zomer van 1985 was het heel slecht weer, maar vanaf september brak plotseling de zon door en is het wel een week of zeven goed weer gebleven.”

Hotel Old Dutch werd dus café Old Dutch. “In principe wilden wij de zaak verbouwen, maar de vrienden van Dick zeiden direct: jullie zijn niet goed snik. Er is personeel, er liggen tapijtjes op tafel, zet de kraan open en laat die lekker lopen. En ze kregen gelijk. Wij tapten een goed glas bier, zorgden voor sfeer en service en de zaak liep vol. Natuurlijk was er toen verder nog geen horeca op de Markt. Alleen De Maaspoort was net geopend. Blijkbaar was er behoefte onder de mensen om op die plek – aan de voet van het stadhuis – bij elkaar te komen. Ook in de wintermaanden bleef het druk. En ja, wij hadden hele goede klanten.” Broer Dick begint te lachen. “Ja, die goede klanten waren wij. Ik kwam er sowieso iedere zaterdag met mijn vrienden. Maar er was bij onze leeftijdscategorie simpelweg behoefte aan een café als Old Dutch. Daar was het ieder weekend feest.”

Veel mensen zullen René echter ook kennen als verslaggever bij de thuiswedstrijden van VVV-Venlo die Omroep Venlo uitzond. Waarom is hij dat gaan doen? Had je het nog niet druk genoeg? “Marcel Ouddeken ging weg en er was ruimte voor nieuwe mensen. In diezelfde periode kwam Ajax voor een bekerwedstrijd naar De Koel en wij verzorgden de lunch. Omdat ik ook wel eens commentaar bij amateursport had gedaan, zei ik ja. Dankzij mijn opleiding aan het CIOS kende ik bovendien de spelregels ook nog eens heel goed. Marcel heeft mij in die eerste weken nog prima begeleid.”

Op het gebied van de horeca bleef René ook zijn vleugels spreiden. In eerste instantie begon hij een eetzaak Schlemmer in het voormalige Boogaloo op de Picardie. Daar traden ook regelmatig artiesten op. Zoals Hans Dulfer. “Die had ik ooit in Valkenburg ontmoet. Nee, hij wilde niks zwart op wit zetten. Dat was toen nog mogelijk. De mensen van het Parkfeest waarschuwden mij: Man, die komt echt niet. Toch kwam Dulfer gewoon. Ik kreeg het advies om tien gulden entree te vragen en de mensen daar vijf consumptiebonnen voor te geven. Zo bleef iedereen drinken en Hans speelde maar door. Uren aan een stuk. Dat organiseren van concerten was noodzaak. Als er niks gebeurde, kwam er ook bijna niemand. Bij Old Dutch liep het gewoon vol.”

In 2000 opende René het inmiddels befaamde kleinste café van Nederland: Chiosco, gelegen achter het stadhuis. “Er passen precies 31 mensen in en we hebben al jaren een bijzonder vaste klantenkring.” Daarnaast nam hij vijf jaar geleden café De Gallerie over, startte hij in het pand naast Old Dutch een proeverij en drie jaar geleden eindelijk ook De Blauw Trap. Ook die drie zaken zijn een groot succes. In alle drie de zaken koos René ook bewust voor nieuw horecatalent. “In dat laatstgenoemde café heeft mijn zoon Sonny de leiding. En in de proeverij is mijn dochter Cleo als uitbater te vinden. Alwin van Herwaarden is de bedrijfsleider in De Gallerie. Dat is een voormalig vriendje van mijn dochter. Echt een moordgozer met hart voor de zaak. Gewoon de beste persoon die ik voor die kroeg kon vinden. Hij kent al zijn klanten, maakt met iedereen een praatje. Die jongen is geboren voor de horeca en dankzij hem is die zaak nu een groot succes.” Net zoals zijn broer Dick heeft dus ook René oog voor jong talent. Dick lacht. “Ze dragen hem op handen. Dat is mooi om te horen. Dat je jongeren complimenten geeft en waardering uitspreekt, geeft ze vertrouwen. Ik moet echter wel oprecht in ze geloven. Die combinatie is een belangrijke basis voor succes.”

Soms lijkt het wel eens of mensen René Evers beter kennen dan Dick? Laatstgenoemde lacht. “Dat kan. Ik heb echt geen idee of dat klopt. Het is inderdaad zo dat veel mensen geen idee hebben wat ik precies doe. Maar ik hoef ook niet zo nodig een stempel op deze stad te drukken. Ik werk overal. In Limburg, de rest van het land en het buitenland. Voor mijn kunst, als coach, maar ook als Feng Shui expert. Een filosofie die leert hoe de omgeving het menselijk geluk kan beïnvloeden. Over die materie geef ik op veel plaatsen lezingen. Maar natuurlijk ben ik boven alles wel een echte trotse Venlonaar. Ik ben dol op deze stad. Waarschijnlijk ben ik gewoon de Jeroen Bosch van Venlo. Als ik straks sterf, zullen anderen prijskaartjes aan mijn werk hangen. Ach, het zij zo.”

[su_spacer]

Tekst: Rob Buchholz

Fotografie: Leon Vrijdag

[su_spacer]

Plaats een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.